De afgelopen week ben ik natuurlijk druk bezig geweest met mijn opstelling. Een kleine twee weken geleden was het gelukt om licht op de detector én het spectrum op de computer te krijgen. In feite ging het vooral om het tweede, waardoor we genoegen namen met slechts een heel klein beetje licht die op de detector valt. Nu was het dus tijd om te zorgen dat al het laserlicht op de detector valt. Er zijn verschillende redenen dat niet al het licht op de detector valt. De eerste is dat een straal op de rand van de spiegel valt en misschien dus maar de halve straal weerkaatst. Om dat te meten zet je dus een (andere) detector neer en pak je een papiertje dat je over de spiegel schuift. Daarmee kan je vrij precies bepalen waar het middelpunt van de straal is. Je wil het zoveel mogelijk in het midden van de spiegel hebben om te voorkomen dat het de straal er later alsnog afvalt (je wil dit niet voor elke kleine aanpassing herhalen dus als je het nu goed doet dan heb je er later plezier van).
Een tweede ding, dat je tegelijk meet is dat de HeNe (rode, zichtbare laser) en IR precies over elkaar vallen. De HeNe wordt enerzijds gebruikt om de opstelling te stabiliseren en aan de andere kant om zichtbaar te maken waar de stralen gaan. Dit wordt bemoeilijkt doordat de refractie index (hoe het het in het Nederlands) net een beetje verschillend is voor HeNe (632 nm) en IR (6000 nm). Het bleek vrij goed voor elkaar te zijn.
De derde reden dat er te weinig licht op je detector valt is dat het niet recht in de spectrometer valt. De spectrometer werkt als een prisma en zorgt dat een spectrum op de detector valt. De detector is twee rijen van 32 pixels en die meet je uiteindelijk. Met de spectrometer is het wel zo dat je eruit krijgt wat je erin stopt. Als het licht er scheef in gaat dan komt het er ook scheef uit en valt het dus niet, of voor maar een heel klein beetje, op de detector. Om het samen te vatten: het is een kloteklus die me bijna een dag heeft gekost.
Vanochtend was ik vrij tevreden. Ik wist dat er voldoende IR licht was en dat het licht redelijk recht de spectrometer in ging. Toch kreeg ik maar een kleine lichtopbrengst. Hoe zou dat komen? Toen bedacht ik me dat de spectrometer voor specifieke golflengtes werkt. De detector vangt maar een klein deel van het hele spectrum op. Om een ander gedeelte van het spectrum te zien moet het prisma een beetje draaien. Normaal werk ik bij 6000 nm golflengte (of 6 micrometer of 0.006 millimeter) dus ik besloot eens te kijken bij 5000 nm. De lichtopbrengst was iets hoger, maar nog steeds niet heel veel. Toen typte ik mis en kwam bij 5500 nm uit… zap… de detector verzadigd (heel veel intensiteit dus!).
Tot op dat moment had ik me er geen zorgen over gemaakt, maar de pixels staan niet automatisch in de goede volgorde. Dat moest ik dus aanpassen. Ik pakte het elektronica schema erbij en voerde dat in de computer in. De snelste manier om het te testen is door een een papiertje voor de detector te schuiven waardoor je de intensiteit langzaam, pixel voor pixel ziet verdwijnen… maar bij mij leek het alsof maar 1 pixel werkte. Het einde van het verhaal blijkt al wel een beetje uit de titel: na een middag testen en proberen bleek de nieuwe kabel die we hebben de oorzaak te zijn. Dat testen we door de kabel van Sean voor mijn setup te gebruiken waarna het prima werkte. Daarna bleek dat mijn kabel wel bij Sean’s setup werkte. We hebben dus nu van kabel gewisseld. Nu moet ik nog steeds de pixels in orde krijgen, dus daar kan ik me voor morgen op verheugen.
In de categorie beter nieuws: gisteren had ik mijn eerste barbecue dit jaar. Een huisgenoot was afgestudeerd en dat moest natuurlijk gevierd worden. De zonsondergang was héél erg mooi. Van blauw en paars naar rood en oranje. We hebben er een uur lang van kunnen genieten. Daarna hebben we binnen alles opgegeten. Een prima avond.