Het was me weer een week, afgelopen week. Nadat maandag mijn plafond gerepareerd was, was er woensdag een symposium van de CB. Het ging over veiligheid maar mistte (vanwege college) helaas het eerste praatje waar ook gepraat werd over de brand bij de TU Delft. Maar later was er een nóg interessanter praatje van een VN-wapeninspecteur die in Irak had gezeten.
Het symposium ging over veiligheid en risico’s en bij de wapencontroles was het grootste gevaar uitdroging en zonnesteek (het was 40 graden… in de schaduw), daarna het reizen (gaten in de weg, of als je met de heli ging: no-fly-zones waar je, als er te weinig communicatie is, door zowel de Irakezen als de Amerikanen uit de lucht geschoten kon worden).
Het is wel vaker genoemd dat biologische wapens best ineffectief zijn. Je moet het spul fijn vernevelen zodat mensen het kunnen inademen en dood kunnen gaan. Maar als je een dikke druppel op de grond laat vallen dan verstuift het niet en is het met de sterke zon zo vernietigd. De Irakezen probeerden de fijne verspreiding te doen door de bom op een hoogte te laten ontploffen. Afgezien dat het niet zo best verneveld bestaat er ook een reële kans dat je je biologische wapens daar al vernietigd. (Tegen de Koerden in het noorden werden chemische wapens ingezet, geen biologische)
Aan het einde kwam de onvermijdelijke vraag aan de orde wat deze man van de inval van de Amerikanen vond. Hij had twee punten van commentaar. Allereerst dat je als inspecteur natuurlijk nooit honderd procent zeker kan zijn, maar dat dat toch een wetenschappelijke marge is (in de wetenschap weet je dingen immers ook niet zeker). Ze hebben in de aanloop naar de Irak-inval nooit aanwijzingen gevonden dat de Irakezen een geheim biologische wapenprogramma er op nahielden (in tegenstelling tot na de (eerste) Golfoorlog, toen de Irakezen dat wel hadden). Ten tweede hebben de Amerikanen zich niets van de kennis van de inspecteurs aangetrokken tijdens en na de inval waardoor allerlei wapenspul in handen van de tegenstanders konden komen.
Donderdag heb ik een optische dag gehad. Voor het trouwen van Gerke en Hans hebben we een verrekijker gegeven – die ik donderdag dus kocht. Ze houden van wandelen en zeilen dus dan is het toch wel handig. Gisteren was de trouwerij en we hadden heel veel geluk. Het was op een zeilboot (driemaster met plaats voor 100 mensen) en met de westenwind en de zeilen in de ra konden we met wind mee zeilen. Gevolg dat het huwelijk op het bovendek in windstilte voltrokken kon worden (voltrokken… ik dacht dat ze alleen doodvonnissen voltrokken). Alles ging goed, iedereen zei op het goede moment “ja” en de paperassen van de ambtenaar vlogen niet in het water dus iedereen was happy. Daarna wilden we de ambtenaar weer aan wal zetten en moesten we het hele eind weer terugvaren. Toen bleek al dat we een redelijke wind mee hadden gehad want het was toch een heel eind.
Nadat we het ruime sop weer hadden gekozen gingen we met het grootzeil varen en hing de boot helemaal scheef. Het leek steeds harder te gaan waaien, bij een windvlaag vlogen twee volle dienbladen door de lucht, het schuim waaide van je bier af en alle zorgvuldig gekamde kapsels zagen er verwaaid uit. Maar het was een mooie dag!
Maar donderdag kocht ik niet alleen een verrekijker, ik heb ook een bril gekocht. Mijn huidige bril is inmiddels alweer vijf jaar oud (ik dacht eigenlijk nog ouder, maar het zal wel). Ik heb ’em tegenwoordig vaker niet dan wel op. Hij is moeilijk schoon te houden en, zo bleek, mijn ogen zijn natuurlijk ook een beetje veranderd.
Bij de eerste brillenwinkel hadden ze keuze tussen “fashion” en “classic”. De fashion-brillen waren allemaal van die jaren-vijftig brillen met teveel kunststof en van die poten met de dikte van de bril. Bij de classic hadden ze alleen uilenbrillen. Daarom ben ik maar naar een andere winkel gegaan. Ook daar ben ik direct naar de niet-fashion-brillen gegaan waar ik na even kijken een leuke bril zag liggen. Toen kwam er een mevrouw van de winkel en die vroeg wat ik wilde maar toch steeds uitkwam bij de jaren-vijftig brillen (ze had er zelf ook eentje op, dus ze zocht volgen mij wat ze zelf leuk vond). Om er vanaf te zijn maakte ik een dodelijke opmerking die ik hier niet zal herhalen.
Het had wel effect want daarna kwam ze met brillen aan die stokjes hadden met de dikte van een haar. Uiteindelijk ben ik weer teruggelopen naar de bril die ik helemaal in het begin al mooi vond. Volgende week is ie er, ik ben benieuwd!
Tot slot heb ik nog een polarisatiefilter gekocht, als cadeau voor Auke. Die had gisteren namelijk ook een feestje wat ook erg gezellig was – en laat. Inmiddels zit ik met een kop thee weer bij te komen van deze drukke week.