Maandag zou ik beginnen met mijn colloquium, het afsluitende literatuuronderzoek van de scheikundestudie, maar het is niet met een vliegende start begonnen. Nadat ik zondag uit Leiden kwam heb ik waarschijnlijk iets verkeerds gegeten want ’s nachts kwam het er allemaal weer uitzetten. Ik zal je de ranzige details besparen, maar prettig was het niet. Het leek me verstandiger maandag maar thuis te blijven. Heel maandag heb ik geen hap door mijn keel kunnen krijgen en ook dinsdag voelde ik me niet best. Maar ja, langer thuiszitten zou ook niet helpen. Halverwege de dag voel ik me echter weer vervelend, nu waarschijnlijk omdat ik al twee dagen niets meer gegeten had. Vandaag voel ik me al wel weer beter, maar ik kijk nog wel een beetje uit met eten.
Het colloquium gaat over „multiscale modeling”, de link tussen twee grootes van een systeem. Dat kan op allerlei terreinen zijn. Stel, je hebt een grote metalen balk. Als je daar voldoende druk op zet breekt ie – de ene grootte. Maar hoe die breekt, dat speelt zich op moleculair niveau af – de andere grootte. Bij moleculen kijk je (ik in ieder geval) naar het molecuul zelf, op een klein niveau, met quantum mechanica. Daar kan je berekeningen mee doen, maar als je systeem groter wordt lopen die vrij snel uit de klauwen. Bij een bepaalde techniek worden bijvoorbeeld de interacties tussen de electronen berekend. Met twee keer zoveel electronen neemt het aantal interacties helaas kwadratisch toe. Daarmee zit je vrij snel aan de grenzen van je computercapaciteit. Met multiscale modeling wordt gezocht naar methoden om dat opschalen gunstiger te laten verlopen.
Het is een leuk onderwerp omdat het behoorlijk actueel is (dat is ook de bedoeling van het colloquium). Na jarenlange focus op meer nauwkeurige berekeningen blijkt dat als je wil opschalen je toch meer nodig hebt dan de huidige trukendoos. Omdat het echter zo breed is loop je wel het risico dat het aan alle kanten uit de klauwen loopt. Goed op de hoofd- en bijzaken letten dus.