Gisteravond deed ik mee aan de pubquiz in café de Toeter. We werden roemloos zevende of achtste of zo, van de 27 teams. Het was wel een rare avond want we roken de hele avond ozon of in ieder geval iets dat naar problemen met electronica rook. Eerst begon de eigenaar een beetje rond te kijken naar waar de geur vandaan kwam – we zaten op een strategische plek, aan de bar. Even later kwam de brandweer met een of andere infrarood-kijker. Het was al behoorlijk warm in de kroeg en die arme brandweermensen hadden hun hele outfit aan dus die moeten het helemaal warm hebben gehad. Het scheen dat er buiten nog een set brandweermensen en wat politie stond, maar dat heb ik niet zelf gezien. Uiteindelijk bleek het probleem te zitten in een vieze muziekinstallatie, die zullen ze dus wel schoon gaan maken. Het was op geen enkel moment gevaarlijk, maar ik heb toch eens uitgezocht waar de nooduitgang zit. Voor de rest was het erg gezellig.
Eenmaal in bed bleek ik in een soort rampen-mood te zitten. Ik droomde dat ik in de trein naar Leiden zat en net de aansluiting mistte in een station onder de grond, omdat ik op het verkeerde perron stond. Ik ren dus snel naar het goede perron maar daar vertrekt de trein net. Niet dat ik er nog in had gekund, want de deuren puilden letterlijk uit. Ik vroeg me nog af hoe dat ooit veilig door de tunnel kon. Het ging ook mis, maar dan op een ander perron. Daar was namelijk een trein gekanteld. Friese separatisten, boze boeren/vissers/vrachtwagenchauffeurs/…/verpleegsters, ik weet het niet. Maar nu was het mijn tijd om de held te spelen. Ik rende over de sporen naar het andere perron en liep de tunnel in. Daar bleek het wel mee te vallen, ik trok wat stukjes metaal weg en dat was dat. De droom eindigde dat ik na zat te praten in de achtertuin bij papa en dat ik mezelf geen held vond. Daarna ging het gesprek over megapixels en fotocamera’s. Toen werd ik wakker en was alles weer oké.