Dit is duidelijk een vervolg post op gisteren: het regent hier nog steeds en we (ik) had alweer een met drank besprenkelde bijeenkomst van de Graduate School. Deze keer was het echter niet helemaal vrijblijvend. We (drie andere PhD’s en ik) gingen namelijk met de vijf sollicitanten eten. We gingen naar een restaurant aan de voet van Seilbahn Rigiblick, waar ze hun eigen bier maken. Het eten was erg lekker en het was erg gezellig.
Van tevoren zat ik er niet helemaal naar uit te kijken. Verplicht gezellig doen is niet mijn sterkste kant, ik was moe na een lange dag werken de sollicitanten zijn waarschijnlijk nog moeier (is dat een woord?) na drie dagen Zwitserland/solliciteren. Gelukkig zijn er twee of drie onderwerpen waar je altijd over kan beginnen.
De eerste is natuurlijk waar mensen vandaan komen. De sollicitanten komen allemaal van hetzelfde instituut in Bombay, wat tot de eerste vraag leidde: Bombay heet tegenwoordig Mumbai, waarom het instituut niet? Daarna vertelde twee van mijn collega’s dat ze uit Duitsland kwamen, wat tot de onvermijdelijk vervolgvraag leidde: kom je uit Oost of West Duitsland? Ze kwamen allebei uit de buurt van Berlijn, in het Oost-Duitse gedeelte, maar ze waren te jong om er echt wat van mee te maken. De andere collega was een Amerikaan, waardoor het gesprek vanzelf op Bush/Irak/Obama/crisis komt. En bij Nederland gaat het ofwel om de softdrugs ofwel om de hoerenbuurt in Amsterdam.
Het tweede vaste gespreksonderwerp is taal. Dus iedereen zegt „prost” in het Duits en dan komt natuurlijk de vraag hoe je dat in het Nederlands zegt, wat een beetje een teleurstelling is. Daarna komt natuurlijk aan de orde wat mensen in India spreken. De eerste taal is Engels, maar de meeste mensen spreken ook Hindi. Een van de collega’s was fan van Bollywood films en wist zelfs een paar woorden Hindi, wat de Indiërs erg leuk vonden.
Het derde onderwerp is het bespreken van professoren. Het is altijd informatief om te horen hoe het er in andere vakgroepen aan toe gaat. Sommige profs zijn altijd aan het miereneuken, anderen willen dat je in het weekend werkt. In zoverre heb ik het heel goed getroffen. Peter loopt af en toe wat rond, komt af en toe het lab binnen, kijkt of alles goed gaat. Hij houdt op een goede manier de vinger aan de pols. Een goede balans tussen niet over je schouders meekijken maar wel beschikbaar zijn. Dat laatste schijnt een groter probleem te zijn dan je denkt.
Twee onderwerpen die zoveel mogelijk worden vermeden zijn politiek en religie. Politiek komt wel een klein beetje aan de orde als het om Amerika gaat, maar de meeste Amerikanen die ik hier ben tegengekomen zijn duidelijk geen Bush-fans (en datzelfde gaat op voor de meeste niet-Amerikanen). En Indiërs mogen natuurlijk geen rund eten (en geen varken in dit geval). Maar het zijn onderwerpen waarbij de emoties al snel hoog oplopen en dus duidelijk geen goed tafelonderwerp.
Ondanks de voorspelbare onderwerpen was het, zoals ik al schreef, een erg gezellige avond.