Vreemd mens

Vanochtend zat ik me te concentreren op het eten van mijn ontbijt toen er een vrouw op me af kwam. Ze is een van de mensen die het huis runt. Wat zou ze van me willen? Ik moest even terug denken aan maandagavond. Ik kwam hongerig en moe thuis aan. Op weg naar boven sprak een wat oudere, donkere vrouw me aan. Af en toe zie ik haar wel eens bij het ontbijt maar probeer ik me te concentreren op het eten van mijn muesli en het lezen van de krant. Maar nu vroeg ze in welke kamer ik woonde. „106” antwoorde ik en ik liep verder naar boven. Omdat ik iets in de koelkast moest leggen liep ik weer naar beneden (de koelkast is in de keuken, op de begane grond). Daar kwam ik haar weer tegen. Ze wilde met me praten.

Het enige wat ik van haar wist is wat anderen verteld hadden. Volgens de verhalen is ze een beetje gek, loopt ze de hele dag een beetje door het huis te dwalen en zit ze soms aan spullen van anderen. Niet echt een aanprijzing dus. Maar ja, je kan het ook weer niet echt weigeren dus liep ik mee naar de zitkamer. Daar deed ze de deur dicht. Ik was al moe en hongerig, maar ik werd ook wat nieuwsgieriger en alerter.
Toen vroeg ze waarom ik altijd zo vijandig tegen haar deed… Ik dacht even terug aan drie maanden Zürich en kon me niet herinneren met haar gesproken te hebben, maar vijandig? Toen vroeg ze „ligt het in je aard, of is het racisme?” Toen gingen alle alarmbellen rinkelen. Ik had me verheugd op een avondje zinloos en makkelijk vermaak achter de computer, nu moest ik opeens op mijn woorden gaan passen. Ik koos voor antwoord A en zei dat ik normaal niemand groet, ook haar niet.
Ze stelde dezelfde vraag nog een keer – ze was duidelijk niet geïnteresseerd in het antwoord. Ik koos nogmaals voor A en beargumenteerde dat met het in-een-grote-stad-groet-men-elkaar-niet-zoals-in-eem-ston-dorp argument, gecombineerd met een vleugje Zweedse volksaard. Dat laatste, het houden van een gepaste afstand tot andere mensen, verzon ik er maar even bij. Het moest natuurlijk niet belachelijk worden, maar ik wilde het wel iets aanzetten. Het enige waar ik niet over wilde beginnen was een discussie over racisme. Zelfs niet over de vraag waar ze het idiote idee vandaan haalde dat ik racist zou zijn. Blank, blond en blauwe ogen is natuurlijk een verdachte combinatie, maar toch. Het is een discussie die je op zijn best niet kan winnen.
Het was voor haar nu wel duidelijk dat dit gesprek nergens toe zou leiden. Ik kon eindelijk wat achterstallige afleveringen van „The Daily Show” gaan kijken. Als het gesprek ergens toe geleid heeft dan is het dat mijn mening over haar veranderd is van „ongevaarlijk gek” naar „zo ver mogelijk uit de buurt blijven”. Maar ja, wat doet zo iemand überhaupt in dit huis? Is het het christelijke „we helpen mensen”-idee en wordt haar een hand boven het hoofd gehouden? Of woont ze er gewoon omdat ze de huur betaald? Ik weet het niet, maar moest er wel aan denken toen de mevrouw van het huis op me afkwam.
„Roberto” – het Zwitsers blijft een mengelmoes van Duits, Frans en Italiaans (ik werd laatst bij de supermarkt bedankt met „merci vielen mal”) – „bedankt voor het koken van het kerstdiner”. Vorige week was er namelijk kerstdiner in het huis en ik had beloofd te helpen met koken, maar toen bleek dat ik ook een kerstdiner van de vakgroep had. Ik heb daarom wel geholpen met koken, maar niet gegeten. Als mensen je een week later nog steeds bedanken, dan zullen ze wel enthousiast zijn geweest.

Leave a Reply