Afgelopen maandag was de vakantie weer afgelopen (iedereen nog een goed nieuwjaar. Ik zal maar niet over de kerstvakantie beginnen, de mensen die deze blog lezen hebben alle verhalen wel gehoord inmiddels, denk ik) en ging ik aan het werk. Voor de vakantie was ik druk bezig met het op zijn plaats zetten van alle spiegels. Een beetje een grove opzet om te zien waar ruimte (letterlijk en figuurlijk) is voor verbeteringen. Maandag besloot ik met fase 2 verder te gaan: het uitlijnen. Zoals gewoonlijk kost dat blood, sweat and tears. Vooral de laatste overigens.
Een van de problemen is dat we translation stages hebben waarmee we spiegels naar voren en achteren kunnen bewegen. Wij gebruiken in ieder geval altijd retroreflectors (zoals die ook op je fiets zitten): twee spiegels met een hoek van 90 graden. Het licht gaat een stap omhoog en gaat dan weer terug in de richting waar het vandaan kwam. Je laserstraal moet echter parallel zijn met de beweging van de spiegels. Anders verschuift je straal in horizontale richting (het kan ook in verticale richting verschuiven, maar zowel de laserstraal als de stage zouden volledig parallel met de tafel moeten zijn). Wat je dus doet is de laser richten op een verafgelegen muur, je zet daar een kruisje en dan beweeg je de translation stage. Als je lichtpuntje een stukje verschoven is dan moet je de gehele translation stage dus een stukje draaien. We praten hier over een verschrikkelijke precisie, 1 mm op 3 meter afstand is al teveel. De stages zijn best zwaar en je hebt best wat kracht nodig om ze te verplaatsen, wat het weer onnauwkeurig maakt. Het is best een karwei, zeker als je het nog een keer over moet doen omdat je een fout gemaakt hebt.
Ik heb gelukkig niet de hele week besteed aan het rechtzetten van die dingen, maar het geeft een beetje aan waar de problemen liggen. Vanmiddag net voor de lunch was ik klaar met het laatste stukje. Daarna heb ik tijd besteed aan de interferometer waarmee we de stralen stabiliseren. Eigenlijk is het vreselijk belangrijk en laten we maar eerlijk zijn: het heeft niet heel veel aandacht gekregen. We hadden er wat ruimte voor gereserveerd en daar zouden we alles in moeten proppen. Het zou ook zeker lukken, maar het zou ook wel erg krap worden. Maar goed, zo is het leven.
Inmiddels was het einde van de dag in zicht en besloot ik wat dingen op te ruimen en wat andere kleine klusjes te gaan doen. Een van de dingen is dat de setup in een afgesloten box staat omdat we in een stikstof atmosfeer werken. Als je eenmaal metingen gaat doen dan moet je soms de deksel er vanaf halen om bijvoorbeeld een spiegel bij te stellen. Op die manier gaat je stiksof atmosfeer vrij snel naar de klote. Daarom had ik bedacht om de box in kleinere boxjes te verdelen, met andere woorden: een binnenwandje. Het leek mij een geschikt moment om eens te gaan bedenken hoe dat het best zou kunnen (de grote lijnen wist ik natuurlijk wel, ik had er ook ruimte voor vrijgehouden).
Toen ik vanuit dit andere perspectief nog eens naar de setup keek viel me wat op: aan de achterkant is nog vijf centimeter over. Ik zou alles vijf centimeter op kunnen schuiven… Het is briljant in zijn eenvoud – als idee althans. Om vijf over vijf vanmiddag ben ik naar de prof toe gewandeld om deze suggestie te doen. Hij was direct enthousiast. Er zitten ook eigenlijk geen nadelen aan het plan… behalve dat ik volgende week weer helemaal overnieuw kan beginnen.