Voor ons „science and fun” uitje vertrokken we donderdag naar Grindelwald. We gingen er met de bus heen en dat gaf een beetje een schoolreisjes-gevoel. We (de vijf leden van mijn groep) zaten achterin en volgens mij hebben we de hele twee-en-een-halve uur grappen lopen maken en geslapen. Het bleek al een beetje uit de vorig post dat grappen niet zo best te beschrijven zijn, maar het was erg gezellig. Eenmaal aangekomen namen we met zijn vijven ook één kamer, later kwam er nog een zesde bij. Eerst wisten we zijn naam niet dus noemde we hem „the sixth person”. Later toen we zijn naam eenmaal kenden bleven we hem toch maar zo aanduiden. De toon was wel een beetje gezet: we trokken vooral als groep op.
Voor het avondeten hadden we al een flinke deuk gezopen in de biervoorraad en na het afwassen werd het tijd om aan de wijn te gaan. Uit het niets kwam toen twee (of zo) kilo worst aanzetten. Dat ging er in een razend tempo doorheen. We zaten met twee mensen worst te snijden en konden het maar met moeite bijbenen. Het was in ieder geval erg goede worst.
Vrijdag hadden we iets van 14 presentaties van 20 minuten. Het was een beetje jammer dat de focus leek te liggen op organisch en anorganische chemie, als physisch chemicus heb je daar toch niet zoveel mee. Het lijkt vaak een beetje dat physisch chemici zich realiseren dat het onderwerp moeilijk is en geven voor zo’n gemengd publiek een wat algemener verhaal. En hoe goed het verhaal ook is, bij elke formule die verschijnt hoor je weer een paar mensen zuchten. Daarentegen lijken organisch chemici zich een beetje als überchemici te beschouwen en gaan de hele synthese uitleggen. Ze denken kennelijk dat iedereen het snapt, maar vergeten dat er mensen bijzitten die al jarenlang molecuulformule hebben gezien. Nog afgezien van de mensen met een natuurkundige achtergrond.
Tijdens de ochtendsessie was iedereen nog een beetje te brak voor commentaar maar in de middagsessie kwam er toch wat gemor. We waren er een beetje klaar mee. Maar de presentaties waren wat beter dan die in de ochtend en we wilden ook niet de sfeer verpesten door mensen de grond in te gaan boren. Toen we na afloop even bij elkaar zaten hebben we wel afgesproken om, als we volgend jaar zelf een presentatie zouden moeten geven (maar 1/3 van de mensen gaf een presentatie, niemand van mijn groep) dan beginnen we in ieder geval met een solide theoretische inleiding. Of een compleet irrelevante handleiding hoe je een laser uitlijnt. Toen zijn we maar weer bier gaan drinken. Het werd iets minder laat dan de dag ervoor want de meeste mensen wilden zaterdag gaan skiën.
Ik had besloten niet te gaan skiën. Een van de redenen was dat ik niet helemaal weet hoe mijn zorgverzekering-status is en dat zou een dure grap kunnen worden. Maar eerlijk gezegd: ik durfde ook niet helemaal. Ik heb last van hoogtevrees, ik heb er al een beetje last van als ik omhoog kijk en de bergen om me heen zie torenen.
Ik ging samen met Alexander wandelen. Hij wilde helemaal naar de top van de berg wandelen en dan naar beneden sleeën, maar dat leek mij ook geen goed idee. Ik ging wel mee en zou dan halverwege of zo terug wandelen. Het eerste stuk moesten we echter met de kabelbaan. Het waren een lange dertig minuten en ik zat me serieus af te vragen waarom ik niet in een of andere plat land ben gaan promoveren. Ik ben eigenlijk vrij snel afgehaakt en heb wat foto’s gemaakt van de skiënde mensen. Daarna ben ik weer terug gegaan met de kabelbaan. Die avond gingen mensen ook sleeën, op een baan met lampen. Een goed moment om ook de flitser eens uit de rugzak te pakken. Ik moet nog naar de foto’s gaan kijken, ik hoop dat ze mooi zijn geworden. Ik ben nog steeds wel van plan om te leren skiën, maar ik vond dit wel weer avontuurlijk genoeg voor dit moment.
Vandaag, zondag, hebben we een wandeling gemaakt, weer met Alexander en Fivos – crazy Greek guy. Het had duidelijk minder ambitie dan zaterdag maar het was een erg geslaagde wandeling en eigenlijk hadden we ook mazzel, want naarmate de dag vorderde werd het steeds bewolkter en ging het harder waaien. We hebben nog een paar lawines gezien. Niet de types die in films mensen bedelven, maar grote hoeveelheden sneeuw die langs de bergwand van de Eiger naar beneden stortten (ver van de skigebieden). Toen bleek eigenlijk pas hoe hoog die bergen zijn. Eerst denk je namelijk „waarom komt de sneeuw in slow-motion naar beneden vallen?” Daarna realiseer je je dat het gewoon een enorme afstand is.
Toen was er alweer het moment om naar huis te gaan. Het was een bijzonder geslaagd weekend en heb veel mensen leren kennen. Vooral ook de bond tussen ons vijven is er nogal sterker op geworden. Qua weekenden denk ik bijna net zo goed als het ONCS-weekend, behalve dat dat weekend behalve erg gezellig ook erg nuttig was.
Nog een laatste commentaar: ik zat in de seilbahn en vond het toch een beetje een slappe heuvel nadat ik een heel weekend tegen de noordwand van de Eiger aan heb gekeken.