Moord en lab-jetlag

Op nu.nl las ik de titel „Groningse studente blijkt vermoord”. Student+Groningen, daar wilde ik meer van weten. Het blijkt dat ik de persoon niet kende, maar ze woonde wel in hetzelfde complex als ik (wel op het andere pleintje). Een beetje bizar om je oude buurt zo op het nieuws terug te zien.
Hier in Zürich gaat alles min of meer goed, alhoewel ik nog steeds last heb van de lange vorige week. We hebben iets van 70 uur gewerkt en dat gaat toch niet in de kouwe kleren zitten, blijkt. Een soort lab-jetlag (jetlab?, lablag?) dus.
Vandaag (en morgen) ga ik weer aan de slag om wat dingen te testen en om nog eens met de opstelling te werken. Het is toch anders als iemand op twee meter afstand instructies staat te geven dan als je het zelf moet uitvinden. Ik hoef het niet alleen te doen, Esben (Deense collega) helpt ook. Het heeft meer ervaring met het werken met lasers dan ik, maar heeft geen ervaring met deze opstelling. Het is een goede combinatie waar we beiden wat van leren.

Experimenten, dag 1

Na twee weken frustratie met het uitlijnen van de OPA kwam vandaag de dag dat het ding het gewoon moest doen. Het uitlijnen gaat in drie stappen. De eerste is makkelijk, namelijk zorgen dat de laserstraal recht door de OPA gaat. Dat doe je door aan het begin en aan het einde een iris neer te zetten, dat één keer goed te doen en daarna die irissen gebruiken om de straal er recht doorheen te laten gaan. Irissen zijn dingen met een variabel gat (een beetje zoals de apperture van een fototoestel (hoe heet dat in het Nederlands?)). Om uit te lijnen verklein je het gat en zie je of de straal wat naar boven/beneden of links/rechts moet. Met twee spiegels kan je dat dan makkelijk aanpassen.
Continue reading

Sneeuw II

Het heeft vanacht redelijk doorgesneeuw en vanochtend lag er een pak van zo’n 20 centimeter. Dat betekende dat er bij het ontbijt geen brood was (de bakker kon de berg niet opkomen of zo) en zorgde bij het (muesli-) ontbijt voor wat hilarische taferelen van auto’s die de berg niet opkwamen. De wandeling naar de uni ging verder probleemloos.
Aangezien het sneeuwde heb ik geen foto’s gemaakt, mijn fototoestel kan niet tegen water. Hier een foto die ik heb gemaakt vanuit mijn kamer:

Sneeuw in Zürich

Sneeuw in Zürich

Het sneeuwt!

Een half uur geleden begon het voorzichtig en het smolt het meteen weg, maar ondertussen sneeuwt het aardig door en blijft het zelfs liggen. Helaas heb ik mijn fotocamera niet mee…
Voor de rest gaat het best prima. Van het weekend heb ik last van keelpijn gehad en vorige week donderdag sneed ik mezelf (letterlijk) in de vinger maar inmiddels wandel ik weer helemaal vrolijk rond.
Het uitlijnen gaat ook voorspoedig. Nadat we twee dagen lang niet verder dan 18 milliWatt kwamen besloten we gisteren om een externe opinie (hulp) te vragen en het probleem bleek vooral te liggen aan de lasers zelf. Na een half uur hadden we ruim 30 mW en na nog wat optimaliseren kwam ik vanochtend op 38 mW, wat erg dicht in de buurt van de 40 mW komt waar we op mikken.
Nu ga ik weer aan het werk!

Uitlijnen

Afgelopen zondag schreef ik over de problemen met het uitlijnen van de setup. De afgelopen drie dagen zijn we stug verder gegaan. Uitlijnen kan je op twee manieren doen.
De eerste is door vastgestelde posities te nemen en daar de laserstraal langs te laten lopen. Met een zogenoemde iris, een geval met in grote verstelbaar gat waardoor de straal gaat, kan je dat tot op zekere hoogte goed doen. Helaas, en in tegenstelling tot wat de meeste mensen denken, is de intensiteit van een laser straalstraal niet gelijk over de hele diameter. Het midden is feller dan aan de rand. En door allerlei spiegels en andere instrumenten is het ook geen perfecte rondje maar meer een ovaal. Dat maakt het moeilijk om precies de positie te bepalen, zelfs met een iris.
De tweede manier is met een lichtmeter (die meet de intensiteit). Dat wordt vooral gebruikt om te optimaliseren. Laatst schreef ik bijvoorbeeld over de interferometer (waar we ook al problemen hadden). Op het oog kan je niet bepalen of de posities goed zijn, daar heb je een meter voor nodig. Door aan een spiegel te draaien kan je zorgen dat twee stralen meer overlappen en dat verbeterd de interferentie. Toch hangen er wat nadelen aan het gebruik van zo’n meter. Allereerst moet de sensor precies in de straal worden gezet, wat moeilijker is dan het klinkt. Bovendien zit er een beetje vertraging zit tussen de meting en wat er op het scherm verschijnt. Je bent dus al voorbij de ideale positie als de meter nog eens piekt. Tot slot, als de meter uitslaat, dan slaat ie eerst te ver uit. Je moet dus continu een beetje veranderen, even kijken hoe het uitpakt, dan nog een beetje veranderen. Het gaat dus minder soepel dan je zou denken.
Bij ons was het probleem ook nog dat de opstelling zou beroerd was dat we microwatts maten. Eerdere metingen gaven aan dat we toch zeker 40 milliwatt zouden kunnen krijgen (meer dan 1000x zoveel dus). De sensors zijn zo gebouwd dat in principe alleen het laserlicht wordt gemeten. In tegenstelling tot wat mensen denken zijn laserlabs nooit helemaal donker, er staat altijd wel een computer aan. Maar het is onontkoombaar dat er altijd wel een paar microwatt op de sensor valt. De sensors zijn zelfs zo gevoelig dat als je je hand in de buurt houdt de sensor warmer wordt en ook een hoger signaal geeft. Het komt er dus op neer dat je in het donker naar een lichtpuntje zit te staren terwijl je de meter in de gaten houdt die eigenlijk een eigen leven leidt. Uitermate vermoeiend.
Na vier dagen prutsen met de opstelling hadden we gisteren eindelijk een doorbraak: na een spiegel vervangen te hebben en nog een hoop gepruts zaten we eindelijk op 10 milliwatt. Nog steeds niet genoeg, maar we zitten er in ieder geval geen ordes van grote meer naast. Inmiddels was het zes uur ’s avonds en we waren hongerig en moe dus we hebben het gelaten voor wat het was. Ik heb net de laser weer aangezet… dag vijf van het uitlijnen.