Gisteren was een lange dag. Het begon dat ik om 4 uur ’s ochtends wakker werd en niet meer kon slapen. Ik weet niet waarom, maar het was een beetje benauwd denk ik. Op de uni heb ik verder de gewone dingen gedaan, maar de dag stond een beetje in het teken van het feestje van (collega) Mat ’s avonds. (hij heet eigenlijk Mateusz (Poolse naam) maar we hebben ook een Mathias en dit voorkomt een hoop verwarring) We hadden bedacht om samen een cadeau te kopen maar dat stelde ons voor drie vragen: wat moeten we kopen, wie gaan het kopen en wanneer gaan we het kopen. Uiteindelijk gingen Alexander en ik speciale koffie kopen (we drinken allebei alleen thee, maar goed) en twee Duitstalige Asterixen. Er is zelfs een Zwitserduitse vertaling van Asterix in Helvetie, maar die was helaas niet meer verkrijgbaar.
Toen we daarmee klaar waren ben ik naar huis gegaan en heb ik snel een hapje gegeten en daarna ging ik richting Mat. Afgezien van twee glazen cola en een biertje heb ik de hele avond verder wodka zitten drinken. Hij heeft een grote voorraad Bizonwodka uit Polen geïmporteerd en het smaakte bijzonder goed (er zitten allemaal kruiden in die groeien in een regio van Polen waar bizons rondlopen, vandaar de naam). Ik heb ook nog een glaasje 70% wodka gedronken (met pruimensmaakje). Op de een of andere manier smaakte het droog – zou de alcohol letterlijk op je tong verdampen? Het was leuk om te proberen, maar de bizonwodka smaakte een stuk beter. Om 12 uur pakte de saaie mensen de laatste tram richting huis, maar Marco en ik bleven. Om drie uur of zo besloot Marco naar huis te fietsen, ook al bood Mat aan dat we konden blijven overnachten. Ik zag de wandeling bergopwaarts niet zitten dus ik bleef. ’S ochtends bij het ontbijt maakten we de schade op van de avond ervoor: bijna 2 liter wodka erdoorheen en wat bier. Het zou goed kunnen dat ik een halve liter op had. Het is dan ook niet opmerkelijk dat ik me niet helemaal fit voelde, maar ik voelde me niet heel slecht. Eigenlijk is wodka op veel manieren beter dan bier. Je moet er niet van zeiken, de dag erna heb je geen hoofdpijn en je ruft niet uit je bek. Ideaal.
Deel twee van het verhaal is dat ik, toen ik naar Zürich vertrok, ervan uitging dat ik tegen de kerst een kamer zou hebben en dat ik dan alle spulletjes in Zürich zou hebben. Het moge duidelijk zijn: dat is duidelijk nog niet het geval. Ik mis eigenlijk best wel veel, maar op het moment mis ik mijn zomerkleren nog wel het meest. Vorige week besloot ik richting stad te gaan en kleren te kopen, maar het was geen succes. Ik háát kleren kopen.
Het gaat op verschillende manieren fout. Het eerste is dat ik niet op zoek ben naar mode – ik zoek kleren. Maar als je aangesproken wordt door een verkoper dan probeert die je allemaal hippe dingen aan te smeren. Vervelend. Het tweede is dat ik tamelijk grote maten nodig heb. Eigenlijk is dat voornamelijk een beetje gênant. Het derde is dat het niet altijd duidelijk is wat de mannen en wat de vrouwen sectie is van de winkel. De BH’s zijn een duidelijk verhaal, maar met broeken… geen idee. Dan zijn er nog allemaal additionele problemen: de muziek staat te hard, er rennen jengelende kinderen door de winkel, de prijs.
Het is trouwens niet zo dat het me niets uitmaakt wat ik draag. Het moet alleen niet te fancy zijn. Ik heb geen zin in een trui die ik alleen in combinatie met een bepaalde broek kan dragen. Mijn strategie is een beetje dat ik, als ik eenmaal een winkel (of twee of drie) heb gevonden die me bevalt, de hele tijd terug ga naar dezelfde winkel(s). Ik ga sowieso alleen als ik echt iets nodig heb. Dan loop ik de winkel in, kijk of ik iets leuk vind, kijk of het past en koop het.
Het beste moment voor mij is om te gaan kleren-shoppen als ik een beetje brak ben. Niet half dronken of zo, maar het onderdrukt de frustraties een beetje. En zolang ik geen hippe dingen uitzoek kan het nooit echt mis gaan.
Dat brengt de verhalen bij elkaar: ik was een beetje brak en ik had kleren nodig. Boodschappenlijstje: een of twee korte broeken, nieuwe schoenen die je met een korte broek draagt (nette schoenen zijn te net, wandelschoenen te warm en mijn oude schoenen zijn uitgetrapt), een riem (de vorige is stuk) en eventueel een zonnebril (mijn huidige is te sportief. Ze zijn ook bedoeld voor als ik fiets, maar op een terrasje zien ze er een beetje vreemd uit).
De tocht door de stad begon met het optreden van een of andere band (Äl Jawala, ze omschrijven zichzelf als BalkanBigBeatz). Ze waren bijzonder goed. Ik vind dat wel een van de leuke aspecten aan de stad dat je zomaar op straat, midden in de stad echte goede bands tegenkomt. Het is niet altijd mijn smaak, maar de kwaliteit is wel hoog. Het is wat anders dan wat oost-Europeanen die met een harmonica een dozijn noten van een liedje spelen en je vervolgens boos aankijken als je ze geen geld geeft. In Groningen heb je natuurlijk de plek bij het Goudkantoortje waar wel eens symfonie orkesten en bandjes optreden, maar dat is toch wel erg georganiseerd. Hier is het een bandje dat een straathoek uitkiest en een optreden geeft. Laat ik het zo zeggen: het ziet er spontaan uit. Even verderop stond trouwens het bandje van het Leger des Heils wat stemmige noten uit hun instrumenten te toeteren.
Daarna liep ik een klerenwinkel in, maar het was te duur en te klein. De verkoper verwees me door naar een andere winkel, 50 meter verderop. Daar heb ik een korte broek en een riem gekocht. Ik vond dat ik wel een ijsje verdient had en ben met ijsje richting het meer gelopen. Toen mijn ijsje op was liep ik langs „Koch optik”. Het zijn eigenlijk twee winkels. In de eerste verkopen ze fototoestellen en verrekijkers, in de tweede brillen. Nadat ik langs een hele muur vol met hippe, dure en bijzonder lelijke zonnebrillen was gelopen zag ik vrij snel de bril die ik zoek. Even later vond ik ook nog een paar schoenen. Dag geslaagd.
Inmiddels was ik eigenlijk wel een beetje toe aan een biertje. Er kwam toch een lichte hoofdpijn boven. Nu zou je zeggen dat het vinden een terrasje niet zo moeilijk zou moeten zijn, behalve dan dat ze allemaal vol waren. Uiteindelijk liep ik langs „The Movie”, een bioscoop met een groot terras. Ze bleken ook nog Grolsch te verkopen (en Heineken, maar dat vind ik dan weer niks). Ze hebben een heel boekje met dranken die allemaal naar films zijn vernoemd en de menukaart staat op iets dat op een filmrol lijkt. Terwijl ik van mijn eerste fatsoenlijke biertje in tijden zat te genieten (wauw, Grolsch is bitter, dat ben ik niet meer gewend) zag ik dat het eten er ook goed uit ziet. Bakken vol met spare-ribs, hamburgers van onmenselijk formaat en zelfs de salades zagen er okee uit. Ik heb er verder niet gegeten, maar ik wil er zeker een keer naar toe.
Daarna ben ik naar de supermarkt gegaan en heb ik wat inkopen gedaan.
Dat was een beetje een suf einde van het verhaal.
Hmm, inmiddels is het best hard gaan onweren.