Zompige dijken

Nu mijn vertrek toch wel heel dicht bij komt ga ik me steeds meer afvragen of ik er blij om ben dat ik weer naar Groningen ga. Een aantal dingen zal ik hier niet missen, of om het om te draaien: ik kijk er naar uit dat ik in Groningen een eigen keuken en badkamer heb, een bed waar ik in pas, dat ik kan praten met vrienden… om maar wat te noemen. Er is één twijfel geval: het gedoe rond de film die nog niet uitgebracht is, die van Geert W.

Continue reading

Mooi weer in Lund!

Ja, het kan! En het is niet eens de eerste dag, zaterdag was het namelijk ook al fraai weer. Ik liep een keukenwinkel binnen en vond een goed shop-subject: een mok. Tot nu toe gebruikte ik een gewone mok waar, zeg, 25 cl in kan. Dat betekend dat nadat je thee een beetje afgekoeld is je het in twee slokken weg kan drinken, waarna je weer nieuwe thee kan gaan maken. Het is ook zonde van de theezakjes, want die gaan er zo best wel snel doorheen.
Daarom was ik eigenlijk al een tijdje aan het denken over een mok waar een halve liter in kan. Bij toeval zag ik er eentje in de stad en besloot de drie of vier winkels waar ze mokken verkopen langs te gaan. Ik ben nu de trotse eigenaar van een mooie blauwe mok – met schotel.
De vraag is alleen wel of het financiële argument echt opgaat. De mok kostte 30 euro. Laten we zeggen dat 100 theezakjes 5 euro kosten. Ik bespaar de helft, dus bespaar ik 2.50 euro per 100 zakjes. Oftewel, na 1200 zakjes thee heb ik de mok eruit. Nu heb ik de tijd hier in Lund zo’n 300 theezakjes gebruikt in een half jaar, dus omgerekend zou ik na twee jaar de mok terugverdiend hebben. De 300 zakjes is echter tamelijk veel, een gedeelte is compensatie voor het gebrek aan die andere goudgele vloeistof: bier. Waar ik in Groningen misschien een biertje zou nemen, grijp ik hier naar de waterkoker.
In ieder geval, een dag mooi weer heeft me een mooie mok – met schotel – opgeleverd. Ik zou vandaag thuiswerken, maar de zon scheen precies op mijn bed. Een gedeelte van de ochtend heb ik dan maar zonnend op mijn bed doorgebracht. De rest van de dag heb ik wel extra hard gewerkt want donderdag geef ik een presentatie van mijn werk hier in Lund en daar moet nog wel wat aan gedaan worden.

Noodlanding

Gisterochtend kreeg ik dan toch het langverwachte mailtje uit Zürich en ik kan me agan inschrijven voor wat lessen Duits. Op naar Zürich!
Mijn dag gisteren was überhaupt een beetje een chaos. Ik had niet genoeg geslapen, daarna was ik gespannen naar de mail uit Zürich en na de mail was mijn concentratie natuurlijk helemaal weg.
Voor de bijgelovigen onder ons zijn er echter twee slechte tekenen aan de wand. Toen ik in Zürich was had  de eerste tram die ik zag een reclame voor Skåne. Toen ik dat hier uitlegde zei iemand dat dat misschien wel een teken van god was dat ik in Lund moest blijven. Ik zag het meer als een teken dat het reclamebureau van Skåne graag wil dat ik in Lund blijf en tekenen van god… nou ja.
Maar vanacht had ik een droom. Ik zat in een vliegtuig en had een plaatsje waarbij ik ook zag wat er voor me gebeurde. We vlogen heel laag over een in bloei staande boom – met roze bloesem. Maar we vlogen veel te hard en landen pas halverwege de startbaan, we konden niet meer op tijd stilstaan en we overschoten de startbaan met, zeg, een halve vliegtuiglengte. Het volgende moment stormde ik de trap af. Dat is vreemd, want meestal heb je een glijbaan. Ik stond in ieder geval in no-time beneden in de modder, gezond en wel.
Toen werden we naar het gebouw gebracht, moesten langs de douane – mijn droom hield er geen rekening mee dat mensen hun paspoort in hun jas doen en hun jas in de bagagerekken-dingen boven je hoofd en dat als je vliegtuig gecrasht is dat je dan geen tijd hebt om je jas te pakken, maar goed – en daarna moesten we wachten. O ja, ik kon nog een mobiele telefoon van iemand lenen om naar huis te bellen.
Op een gegeven moment werd de bagage binnengebracht – de handbagage. Maar waar was mijn koffer? Met mijn Apple en mijn fototoestel erin? Wat moest ik doen? Mijn hele leven zat in die koffer! Een zekere paniek begon… Toen ging iemand douchen en werd ik wakker van de herrie.

Ik heb iets verkeerd gedaan…

…althans, als je de Fortune 500 leest. De jongste miljardair is 23, dus dat haal ik niet meer. Balen.

Voor de rest ging het vandaag erg goed in het Lundse. Vorige week dinsdag hebben we alle data die we de afgelopen maanden bij elkaar hebben verzameld – 2500 moleculen – op een rijtje gezet en wat conclusies getrokken. Naar aanleiding daarvan heb ik deze week besteed om figuren te maken.
Toch waren we toch niet helemaal overtuigd. Ik zal proberen het uit te leggen. We hebben een 2D-scatterplot waar we twee waarden (een faseverschil in absorptie en emissie) tegen elkaar uitzetten. Bij een hoge temperatuur concentreren de punten zich rond de diagonaal (de waarden zijn dan gelijk) maar bij een lagere temperatuur liggen de punten boven de diagonaal.
Er gebeurt dus wat als de temperatuur verandert. Maar gebeurt er wat met de moleculen of de meting? Een gedachte (van Hongzhen) was dat als je de temperatuur verlaagt de achtergrondruis minder wordt (zeg bijvoorbeeld de intensiteit van de ruis daalt van 100 naar 10). Daardoor zou het kunnen gebeuren dat moleculen die eerst niet zichtbaar waren, opeens wel zichtbaar worden (bijvoorbeeld die met een intensiteit van 50). De moleculen veranderen dus niet, maar wat we meten. Eens kijken in de data…
Onze eerste aanname was dat de gemiddelde intensiteit (dat is wat je meet min de ruis) toeneemt met een lagere temperatuur (immers, stel dat je een molecuul meet die 200 heeft, dan zou de  intensiteit toenemen van 100 naar 190). Het bleek echter dat de intensiteit gemiddeld daalde, een aanwijzing dat je inderdaad veel meer kleine moleculen meet. Helaas bleek de standaard deviatie bijzonder groot te zijn, dus echt betrouwbaar was het niet.
Met het drukken op wat knoppen konden we de 2D-scatterplot echter uitbreiden naar een 3D-scatterplot, waar we ook de intensiteit meenemen. Zo’n plot is echter wel moeilijk te lezen. Reden om de plot in stukjes te zagen: we knipten de hele dataset op naar intensiteit en maakte een 2D-plot voor elk van hen. Dat is een tamelijk saaie klus en ik begon honger te krijgen dus maakte ik de plots op de automatische piloot en printte ze.
Nadat ik naar de printer was geslenterd wandelde ik verder naar Hongzhen om het resultaat te laten zien. Onderweg legde ik de prints op volgorde. Toen ik ze eenmaal op een rijtje had liggen viel me een duidelijke trend op – overigens omgekeerd aan wat Hongzhen eerst dacht, de lage intensiteiten zijn geconcentreerd rond de diagonaal.
Nu is er veel af te dingen aan deze “trend”. De doorsnee van een laserstraal heeft geen constante intensiteit. De randen zijn een stuk minder intens (zo’n 40%) dan het midden. We hebben daar niet voor gecorrigeerd want de intensiteit van de moleculen was iets wat uit de data rolde maar verder niet gebruikt werd. Ook moeten we nog beginnen met brainstormen of er voor deze trend geen andere verklaring te verzinnen is.
Nóg meer om op te schrijven, wat een narigheid.

Stilte

In Zweden is het op het moment een beetje stil. Enerzijds heb ik nog niets uit het Zwitserse gehoord, anderzijds heeft het de afgelopen twee dagen gesneeuwd. En waar regen klettert, onweer dondert enzovoort brengt sneeuw altijd een serene rust.
Gisteren bleek helaas wel dat mijn slot was vastgevroren, maar toen ik naar het lab liep werd ik vergezeld door een Indiër die nog nooit sneeuw gezien had. Bij de vakgroep kwam er trouwens ook iemand naar me toe met de vraag of ik mijn camera bij me had. Ik niet, maar er is wel een vakgroep-camera zodat we alsnog een foto van hem in de sneeuw hebben kunnen maken.
Maar goed, ik moest dus lopen. Dat kwam stiekem ook wel goed uit want het was spekglad. Waar in Nederland als de temperatuur richting nulpunt daalt de strooimachines van stal worden gehaald (en men zich af gaat vragen of er een elfstedentocht komt) wachten ze er hier liever een dag mee… of zo.
Zoals op de foto van gisteren te zien is scheen de zon wel uitbundig. Het resultaat was een beetje treurig aangezien alles tegen het middaguur gesmolten was en je een grote modderpoel overhield. Later ging het weer sneeuwen dus was van dat alles niets te zien.
Toen ik gisteren naar bed was gegaan merkte ik wel op dat er wat rare flitsen te zien waren. Dus ik wachtte op de donder, maar die kwam maar niet. Tien minuten later waren er weer twee flitsen, maar weer geen donder. Nu kwam toch de nieuwsgierige ik in me naar boven. Een blik uit het raam leerde dat wat mensen een sneeuwpop hadden gemaakt en daar een foto van maakten.

Als er bij internationale studenten 1 ding constant is, dan is het het grote verloop. Afgelopen vrijdag gingen Katrin en Zsolt weg, nu zijn daar Leslie en Wolfgang voor in de plaats gekomen. Leslie komt uit een Spaanstalig land en afgelopen zaterdag begon ze breed in de keuken Spaans te praten (met iemand anders die Spaans praat) terwijl ik aan het koken was. Een beetje naar. Maar kennelijk wilde ze het goedmaken, want ze had een pak koekjes opengemaakt en bood mij er ook een aan. Helaas had ik mijn handen vol om de pastasaus over de pasta te gieten, dus dat ging niet.
Wat Wolfgang betreft, hij heeft een vriendin. Ik kwam wat laat thuis vandaag en ze zaten samen voor de tv voetbal te kijken. Of althans, hij zat voetbal te kijken en zij probeerde hem… euh… daar vanaf te leiden. Dat is haar gelukt want toen ik om half tien een kopje thee ging fixen waren ze verdwenen.

Ik vind het allemaal wel best. Na een paar dagen lang plaatjes te hebben gemaakt voor mijn verslag heb ik vandaag het ultieme plaatje gemaakt: 6 lijnen die samenvatten waar ik de afgelopen 6 maanden mee bezig ben geweest. Het is dat ze allemaal dezelfde richting opgaan en daarmee een trend vormen, maar het is toch ook weer niet heel indrukwekkend. A small step for science, a giant leap for a man. Of zo.