Afgelopen vrijdag kwam mama aan in Zweden. Het einde van mijn verblijf daar was definitief aangebroken. Gisteren – zaterdag – heb ik het lab en Lund laten zien. Het was trouwens wel opmerkelijk. We hadden een kop koffie gedronken in een espresso-house en toen we wegliepen was ik mijn tas vergeten. 20 meter verderop bedacht ik me dat en rende terug – mijn camera zat in de tas. Aan ons tafeltjes wilde net twee mensen gaan zitten, maar ze twijfelden want er stond nog een tas. Ze zagen mij door de menigte aankomen, met mijn ogen op de tas. Toen zij de ene mevrouw “is dat jou tas” en ik zei “ja, die was ik vergeten”. Ik kreeg mijn tas terug terwijl we even verrast naar elkaar keken. “Jij bent óók Nederlander?!” Een beetje verbazingwekkend gesprek midden in Lund.
Hoewel mama zag dat Lund een mooie stad is, was het weer duidelijk een ander verhaal. De wind was snijdend, het was bewolkt en bij tijd en wijlen sneeuwde het. Niet uitnodigend om nog een dag te blijven.
Daarom zijn we vandaag, zondag, al naar huis gereden. De trip ging voorspoedig. We gingen om 8.08 uur weg, wat betekende dat we in Denemarken wat paasverkeer families die naar opa en oma gingen en zo. In Duitsland leek het echter alsof het hele geriatrische gedeelte van de bevolking achter het stuur was gekropen. Ik heb niets tegen ouderen, maar als ze 100 gaan rijden waar 130 mag en dan caravans gaan inhalen dan zou je ze toch het liefst even aan de kant Carmagedonnen.
Maar goed, om kwart voor vier kwamen we alweer aan in Groningen. Mama is daarna snel weer doorgegaan want ze had het idee dat als ze eenmaal zou gaan zitten, dat ze dan nooit meer overeind zou komen.
De afgelopen twee uur heb ik een beetje zitten uitpakken, een kopje thee gedronken, van het uitzicht genoten, weer thuis geweest. Ik heb het het afgelopen half jaar ongelofelijk naar mijn zin gehad in Lund, maar er gaat toch niets boven mijn eigen bed, mijn eigen keuken en badkamer.