Donderdag
04.00: de wekker gaat
05:00: ik sta op het station. Prima op tijd. Ik verbaas me over de hoeveelheid mensen die er al staan, maar dat komt wellicht ook doordat dit de eerste trein is. Even een moment om te stressen of ik wat vergeten ben. De moeheid voorkomt dat ik me teveel kan stressen. Lang leve vroeg opstaan.
05:13: in de pågatåg naar Malmö. De trein lijkt wat breder dan een normale trein, er zijn vijf stoelen naast elkaar. Het is ook wel een beetje een gevaarte dat duidelijk uit de tijd komt dat er over aerodynamica nog niet veel nagedacht werd. Voor het uur waarop ik reis vind ik dat ie nogal vol zit.
5.45: in de Östersundståg naar Kopenhagen vliegveld. Direct na vertrek wordt mijn kaartje gecontroleerd. In plaats van een stempeltje of iets dergelijks zet de conducteur er met een pen een streep op. Wel zo makkelijk.
5.55: op de brug. Dat denk ik althans vanwege het gebrek aan lichtjes.
7.06: het inchecken ging vlug (ik heb een e-ticket, daarmee kan je bij een automaat inchecken) en aangezien ik niets anders bij me had dan handbagage kon ik direct doorwandelen naar de security. Dat is toch altijd een beetje een naar punt, waar altijd weer mensen zijn die erachter komen dat hun flesje cola een veiligheidsrisico is, waar je je jas uit en riem af moet doen. Het gedeelte erachter lijkt dan nog het meeste op een kleedkamer.
Het aardige van zo’n vliegveld is dan wel weer de mix tussen zakenreizigers en mensen die voor de lol reizen, naar een vakantie. Bij de meeste dingen zijn de zakenreizigers een stuk beter georganiseerd, maar bij de security leveren beide groepen vertraging op. De toeristen moet uitgelegd worden wat er uberhaupt moet gebeuren, de zakenreizigers moeten hun laptop, jas en jasje, hippe telefoon enzovoort uit hun koffer halen.
Net als toen ik naar Nederland vloog ging het verder wel soepel. Net voor mijn neus werd een nieuwe balie geopend dus ik kon zo doorstromen.
Voor de rest vind ik Kopenhagen airport niet echt een leuke plek. Toen ik naar Nederland ging met de kerst, ‘s middags, waren er een hoop winkels en andere bedrijvigheid, maar nu zijn er winkels aan het verbouwen of dicht en ziet het er een beetje triest uit.
Maar het vervelendste is dat er bijna geen zitplekken zijn – althans, plekken zonder bar die erbij hoort. Op Schiphol was er meer zitplek, afgezien nog van het feit dat het zoveel groter is dat je toch bijna de hele tijd aan het lopen bent.
Gelukkig heb ik wel een zitplek gevonden, met uitzicht op een vliegtuig dat de pre-start checks doet. De flaps op 5 of zo graden, even kijken of de roeren en zo werken, dan het geluid van een startende vliegtuigmotor en nu rijdt ie weg. Waar ze naar toe gaan? In ieder geval eerst naar de rij bij de startbaan.
Het is nu licht en helder, op een paar wolkjes na. Over een uur zit ik in de lucht…
18.57: wat een dag… het vliegtuig steeg op tijd op en voor de verandering was het niet Denemarken maar Duitsland dat bijna helemaal in de mist en wolken lag. Het leek net een aangeharkt grindpaadje. Het vliegveld van Zürich is lang. Daarmee wil ik zeggen dat het niet zozeer groot is, maar dat de afstanden dat wel zijn.
Eenmaal op de universiteit aangekomen kon ik eerst wat vertellen over mezelf en wat ik zoal uitgevoerd heb. Daarna kreeg ik een rondleiding over de labs. Na de lunch heb ik nog met wat mensen gesproken en een presentatie gegeven. Het werd me pas gisteren gevraagd en dat merkte je wel, maar het ging wel goed.
De dag eindigde met een algemeen praatje over Zwitserland – zo zou het leven er duur zijn en de mensen stug, waar heb ik dat eerder gehoord? Van een echt sollicitatiegesprek was geen sprake.
Daarna ging naar het hotel. Ik besloot te wandelen want het was mooi weer – jas open. Het eerste wat ik zie is een tram met reclame voor… de Øresund-area, oftewel Kopenhagen-Skåne. En nu zit ik een hotel in Zürich. Eerst maar eens wat eten fiksen.
20.55: Ik heb naar de stad gewandeld en daar wat gegeten. Het enige wat erger is dan in je eentje in een restaurant op iemand anders wachten is dat je in je eentje in een restaurant zit zonder dat je op iemand zit te wachten. Omdat er kennelijk geen andere tafels meer vrij waren werd ik aan een tafel voor 6 gezet. Maar met een drukke dag achter de rug en een biertje in de hand kan ik heel prima in mijn eentje zitten. Ik zat ook met de rug naar de andere mensen toe, wat me tot hele essentiële vragen bracht, bijvoorbeeld waarom het witbier dat ik besteld had donkerder was dan het bruine flesje waar het uit kwam.
Maar goed, ik had ook niet zo’n behoefte aan diepgaande – of enig andere vorm van – communicatie. Maar ik was wel blij dat er niet een of ander blij stelletje bij mij aan tafel kwam zitten. En natuurlijk werd er juist op dat moment iemand anders aan mijn tafel geplaatst. Ze was in haar eentje en als ik geen zin had in communicatie, dan kon wat haar betreft de rest van de wereld wel doodvallen. Ik vond het wel best.
Van alle indrukken die ik vandaag heb opgedaan zijn er twee blijven hangen. Allereerst het geld. Waar de Euro’s en de Zweedse kronen als landscape zijn afgedrukt – dus in de breedte – is het Zwitserse geld als portret afgedrukt – dus in de hoogte. Maar het geld ziet er wel vrolijk uit in blij geel en blauw en zo. Even tussendoor: vanochtend op het station betaalde ik in Zweedse Kronen (1 Euro=9 Kroon), op het vliegveld stond alles in Deense Kronen (1 Euro is 6 Kroon) en nu betaal ik in Zwitserse Franken (1 Euro is 1.5 Frank). En ondertussen reken ik in Euro’s (1 Euro=1 Euro).
Het tweede wat me opviel is hoe ze verdiepingen noemen. In Nederland en de rest van de wereld gebruikt men nummers. Hier moest ik op verdieping K zijn. In mijn oneindige wijsheid dacht ik “K=kelder=donker=ideale plek voor een laserlab”. Maar toen ik van verdieping G (G=grond=begane grond, toch?) naar beneden liep kwam ik op E uit. Dan toch maar met de lift. Wat blijkt, ze nummeren de verdiepingen hier in letters (het klinkt al helemaal belachelijk als je het zo opschrijft). Niet dat het dan wel klopt, want voor de J komt de… G!? De I slaan ze over of zo.
21.16: bedtijd
21.28: ik heb het raam op een kiertje staan en kan nu luisteren naar auto’s, de tram en overvliegende vliegtuigen… olé. Overigens vond Peter Hamm Zürich maar een rustige stad, maar hij komt dan ook uit München.
Vrijdag
6.30: de wekker gaat. “O ja, ik ben in Zürich!” Ik heb in geen tijden zo goed geslapen.
12.59: in de trein naar Lund. Op het vliegveld in Zürich verliep het niet helemaal vlekkeloos. Ik ben zo vergroeid met mijn iPod dat ik vergeten was ’em af te doen voordat ik door de metaaldetector liep en dat zorgde natuurlijk dat ie afging. Dus moest ik nu helemaal gecontroleerd worden. Zucht.
Eenmaal door de security kon ik een uur wachten (in tegenstelling tot de meeste andere vliegvelden is de security hier na de tax-free winkels in plaats van ervoor). Zo kon ik mooi zien hoe het vliegtuig aankwam, de bagage eruit gegooid werd, nieuw voedsel aangedragen en hoe de kerosine erin gepompt werd – door een man met hoed. Het lijkt wel alsof hoeden hier de mode zijn. Toen ik gisteren naar een restaurantje zocht zag ik een paar hoedenwinkels.
Ondertussen was het troosteloos weer. Het regende. Aan de hoeveelheid bliksemafleiders op de daken te zien spookt het hier wel vaker.
In ieder geval, het vliegtuig kwam en 45 minuten later vertrok het weer, met mij aan boord. De vlucht verliep verder prima. Volgens mij zijn we over de testbaan van de Maglev gevlogen, ik kan me in ieder geval geen andere reden voorstellen voor de zinloze grote 8 die in de middle of the nowhere lag.
Na de landing moesten we door de paspoort controle. In Kopenhagen zijn pieren A en B voor de Schengen-bestemmingen en C en D voor de landen waar wel paspoortcontrole nodig is. De volgende bestemming van het vliegtuig was Amsterdam (dat stond op de bagagekarretjes) en het vliegtuig werd daarom bij een A-gate neergezet. Dat betekend dat de passagiers met de bus naar de paspoortcontrole moesten. Ik had er even niet bij nagedacht dat de Denen maar twee controlepunten hadden waar een enorme rij voor stond. Het kan ook zijn dat er een probleem was met iemand die zo de zaak ophield. Voor de rest stelt het niets voor: je wappert even met je ID en voila, je bent de EU weer binnen.
We rijden nu Malmö weer binnen. Het is trouwens maar goed dat ik mijn vliegkauwgom nog niet weggedaan had want in de tunnel naar de brug krijg je ook last van je oren.