Na drie dagen hard aan de slag had ik eigenlijk maar een klein gedeelte van de stad gezien. De route van het huis naar de universiteit en een stukje van de universiteit naar het Kreisburo, waar ik de immigratie moet regelen. Dat laatste ging trouwens soepel. Ik zal binnenkort een stukje schrijven over wat waar/onwaarheden over Zwitserland en dan zal bureaucratie ook wel aan de orde komen. (ik sta open voor suggesties) Maar goed, vandaag, zaterdag, ben ik de stad in geweest om wat boodschappen te doen. Belangrijkste zaken die ik wilde hebben waren dingen om te koken. Laat dat maar aan mij over!
Het aardige aan het zijn in een onbekend land is dat je hele reflex „ik ga wel even naar de winkel … om … te kopen” niet mogelijk is. Het is een echte verkenningstocht. Ik besloot met het openbaar vervoer te gaan, met grote tassen met pannen etc. de berg oplopen gaat me toch net wat te ver. Toen ik om 11 uur in de stad aankwam wist ik eigenlijk niet waar ik moest beginnen. Na een eerdere expeditie om een bankrekening te openen was me wel al duidelijk geworden dat er rond het station veel winkels zijn, maar toen ik uitstapte kreeg ik zin om de andere kant op te lopen. Voor de mensen met een kaart/Google Maps: ik ben bij het hoofdstation uitgestapt en wandelde richting de Limmat, de rivier die dwars door Zürich loopt en daarna richting het zuiden, de Grossmünster (een van de bezienswaardigheden hier).
Helaas begon het een beetje te regenen, maar ik ontdekte dat ik net naast een servieswinkel stond. Toch maar even binnen kijken! Qua uitstraling had de winkel nog het meeste van een Apple-winkel en de prijzen waren ook niet mals. Ik besloot weer verder te lopen, heb nog even een kijkje genomen in de Grossmünster (het is gewoon een kerk, niet eens heel groot eigenlijk). Daarna ben ik nog wat naar het zuiden gelopen en kwam uit bij de monding van de Limmat in de Zürich See (of eigenlijk is het andersom, want het water gaat van de Zürich See naar de Limmat naar het noorden).
Daar was een onoverzichtelijk plein (mede doordat het een knooppunt voor trams is) en stond een Globus, iets wat eruit zag als een warenhuis. Bij een warenhuis denkt een Nederlander al snel aan de C&A, met goedkope witte tegeltjes op de vloer, schreeuwende reclame aan de muur, verkopers in truttige pakjes en doorsnee ordinair Nederland als winkelend publiek. Dat is hier wel anders. De basiskleur van de winkel is zwart met subtiele kleuren groen en bruin ertussendoor, de verkopers zijn vriendelijk en beleefd en er worden ook best wel dure spullen verkocht. In een andere Globus in de stad verkochten ze Moët & Chandon 1998 voor 200 franc. Na een tijdje rondkijken heb ik een gietijzeren steelpannetje gekocht, een duur vleesmes, een snijplankje en – als klap op de vuurpijl – twee spatels.
Het is een beetje dubbel. Om hier te koken heb ik natuurlijk spulletjes nodig maar heel veel kookgerei heb ik al maar die staan in de opslag. Ik wil aan de ene kant geen dubbele dingen kopen maar je hebt toch wel wat nodig. Een simpele pan om pasta/aardappels/rijst in te koken bleek helaas niet beschikbaar. Die pannen kosten vanaf 180 frank (120 euro)… Uiteindelijk vond ik een pan van 30 franc in de supermarkt, dus kan ik alsnog pasta koken.
Na deze eerste aanschaf besloot ik de rivier over te steken waarna ik de Bahnhofstrasse in liep. Daar bleken veel kledingwinkels te zijn, wat goed uitkwam want ik zocht nog een paar sokken… Ik kan je vertellen: de Bahnhofstrasse is daar niet de goede straat voor. Het is een beetje de Kalverstraat, maar dan voor mensen met geld. Ik zat voor de grap naar wat horloges te kijken en dacht eraan dat ik ook wel even binnen kon kijken. Terwijl ik twijfelde liep er een mevrouw naar de deur om die voor mij open te doen, wat voor mij reden was om toch maar door te lopen… horloges zijn mooi, maar ook weer geen maandsalaris waard. Een stukje verderop was er een juwelier die ringen verkocht voor mijn jaarsalaris (ca 40,000 franc, 27,000 euro, bruto). In de tussentijd loop je continu het gevaar ondersteboven gereden te worden door Ferrari’s en Rolls Royces.
Midden in al deze luxe ben ik nog een winkel binnen gegaan voor nog iets waar Zwitserland zo bekend om is: chocolade. Om eerlijk te zijn: het is best wel prijzig, 33 franc voor 16 chocolaatjes is niet niks. Aan de andere kant zag het er allemaal wel super lekker uit. Ik heb me ingehouden, maar ik merkte wel dat het tijd was om naar huis terug te keren en wat te gaan eten. Maar eerst moest ik natuurlijk eten kopen.
Ze hebben hier min of meer twee supermarkt ketens: Coop en Migros. Maar je als je een Coop ziet, dan kan het best zijn dat ze binnen alleen drogisterij producten verkopen. Of kleren. Of dat er buiten Migros staat, maar dat het eigenlijk een heel winkelcentrum is met onder andere een Migros supermarkt. Na wat uitvogelen kwam ik dan eindelijk in een supermarkt terecht waar ik wat brood en beleg heb gefixt (waar je in Nederland boterhamworst eet, heb je hier salami, prima!).
Na een korte break thuis ben ik weer op pad te gaan om andere essentiële dingen aan te schaffen, dingen om in de pan te doen bijvoorbeeld. Daarna ben ik toch maar verder op zoek gegaan naar een goedkope pan, die ik dus uiteindelijk in een andere supermarkt aantrof.
Ook heb ik een maandabonnement gekocht voor het openbaar vervoer. Het is niet zo sportief, maar om alles te gaan lopen gaat toch wat ver. Naar de universiteit lopen is een stuk sneller dan met het OV, maar als ik doordeweeks iets wil regelen in de stad kan ik het niet maken om twee keer drie kwartier te gaan lopen. Over een maand hoop ik een fiets te hebben en dan zie ik wel weer verder.
Op het moment dat ik dit schrijf vraag ik me nog even af wat ik morgen, zondag, ga doen. Ik denk dat ik de tram pak om Zürich verder te verkennen en misschien nog even naar een museum ga. Of ik ga uitslapen.
4 oktober: shoppen in Zürich
Leave a reply