Wat is een vergadering zonder agenda? Borrelpraat.
Vandaag hadden we een soort post-mortem van het practicum dat ik de afgelopen weken geassisteerd heb. Het practicum zelf is goed gegaan, maar, en ik ben niet de enige die dat vindt, de studenten hier zijn niet zo best. Er worden voor het practicum geen cijfers gegeven, studenten kunnen alleen slagen (of niet slagen). Als een verslag niet acceptabel is dan kunnen ze het nog een keer inleveren. En nóg een keer… en nóg een keer. De enige deadline is het einde van het semester. Het gevolg is dat de meeste studenten een beroerd eerste verslag inleveren. De betere studenten passen hun verslag dan aan precies volgens de aanwijzingen die je de eerste keer gegeven hebt, bij de rest duurt het dan nog een of twee iteraties.
Wat er feitelijk gebeurt is dat de studenten een verslag proberen te maken dat net niet-onacceptabel is. Wat er ook gebeurt is dat de meeste assistenten na het vijfde of tiende verslag er zo moe van zijn dat ze de student maar laten slagen. Hetzelfde gebeurt bij de andere practica. Hetzelfde gebeurt bij de biologen (mijn kamergenoot assisteert de biologen. Ik zal blij zijn als dát practicum af is, dan ben ik van het geklaag af). Het ergste, vind ik zelf, is dat er geen verschil is tussen goede studenten die in een keer een goed verslag inleveren en slechte studenten, die het maar net halen. En dan wordt in Nederland geklaagd over de zesjes-cultuur.
Vandaag hadden we dus een evaluatie en het regende klachten over studenten – individuele studenten. Maar toen ik vroeg om oplossingen werd het, nou ja, niet stil. De belangrijkste verbetering zou volgens mij zijn om in te stellen dat je maar een beperkt aantal verslagen in mag leveren. Dat zou je eventueel kunnen combineren met het geven van een cijfer. Maar toen ik dat zei vloog een andere assistent op, dat het te veel tijd zou kosten. Een andere begon met een of ander nodeloos ingewikkeld systeem. Maar ja, de discussie werd niet door iemand geleid dus werd er door elkaar gepraat, niet naar elkaar geluisterd en hadden we na een kwartier een hoop zuurstof verspeeld zonder tot iets te komen dat ook maar op het begin van een oplossing lijkt.
De discussie leidde bij mij vooral tot het inzicht dat het probleem dieper zit. Het probleem is niet dat de studenten dom zijn of zo, maar dat de eisen vanaf het begin van de studie te laag zijn. Het probleem ligt bij de docenten. In dit geval: de coördinator. Hij „coördineerde” de discussie en klaagde vrolijk mee, maar gaf geen enkel moment de indruk ook maar een vinger uit te willen steken om de situatie te verbeteren. Het is duidelijk dat ik van hem niets hoef te verwachten. Mijn doel voor volgende de komende tijd is duidelijk: uitzoeken wie wel de invloed en wil heeft om verbeteringen voor te stellen. Mijn handen jeuken. Ik heb verdorie niet twee jaar studievertraging opgelopen met allerlei medezeggenschapswerk om hier een beetje half werk af te leveren.