Onrustige tijden

Het was weer een bewogen week in politiek Den Haag. Dinsdag was er het debat over de commissie-Davids wat bijna fataal afliep. Toen ik woensdag rond de lunch even het nieuws checkte zag ik dat er een crisis was – alweer of nog steeds? Alweer. Donderdagavond was er weer een kamerdebat dat zo mogelijk nog beschadigender was dan het debat van dinsdag. Dinsdag ging het er slechts over dat Nederland een oorlog ingerommeld was en dat er tegen het parlement gelogen werd. Donderdag ging het over de veel belangrijkere vraag of Bos wel of niet wist dat er een brief zou komen. In plaats van over staatsrechtelijke principes ging het over personen en dan wordt het – jawel – persoonlijk.
Voor mij was het woensdag wel duidelijk dat het kabinet niet lang zou blijven zitten – toch beweerde iemand dat het kabinet de rit gewoon uit zou zitten. Hij wilde iemand er een fles whisky om verwedden dat het de zomer zou halen.
Vrijdagavond ging ik er eens goed voor zitten. Het kabinet was al uren aan het vergaderen en het zou toch elk moment klaar moeten zijn… toch? Om middernacht ben ik in slaap gevallen, tussen twee en drie was ik even wakker, maar constateerde ik vooral dat er nog steeds niets gebeurd was. ’S ochtends om 7 uur werd ik weer wakker. Ik pakte mijn telefoon om Twitter te checken. Mijn computer stond buiten armslengte en in de afgelopen weken is gebleken dat Twitter toch wel de beste manier is zulke berichtgeving te checken. Gedurende een uur waren er zo’n 100 tweets, schat ik, die ik met stijgende spanning las. Tegen vieren was er de bevrijdende tweet van Frits Wester dat het kabinet gevallen was. Is het vreemd dat ik om vijf over zeven ’s ochtends aan whisky denk?

Verder is hier het semester weer begonnen. Het practicum gisteren ging redelijk goed. Ik moest wel de switch maken van “ik heb geen zin” naar “maar daar kunnen de studenten niets aan doen en ik moet ze nu goed onderwijs geven”. Volgens mij is het deze keer gelukt. Dit was nog een eenvoudige proef, we zullen zien hoe het in de toekomst gaat.

Naar de bergen

Het is een beetje stil geweest op de blog, vooral omdat ik het nogal druk had. Twee weken geleden hadden we een retreat van de Graduate School. We gingen naar Hospental/Andermatt. Ik was een van de organisatoren (ik zit niet in zoveel commissies als in Groningen, maar wel degelijk in een of twee). De dagen voor het retreat waren een beetje chaotisch, vooral omdat ik ook nog wat metingen moest doen voor een artikel (dat inmiddels geaccepteerd is :) ). Het is het tweede retreat dat de GS organiseert maar volgens mij hebben we het best wel goed gedaan. We zijn inmiddels alweer bezig met het plannen van het retreat voor volgend jaar.
Afgelopen woensdag gingen weer op weg, ditmaal naar Kandersteg. We gingen nu met de Hamm-groep (mijn vakgroep dus) samen met een anorganische groep op stap. Zij doen dit al een aantal jaren met een andere groep, maar de andere groep kon niet, dus waren wij nu uitgenodigd. De laatste jaren werken de twee groepen steeds meer samen. Ik had ditmaal geen hand in organiseren, maar moest wel een praatje geven. Dat ging goed en de prof was tevreden – het avondeten smaakte extra goed :)
Op vrijdag hadden we vrij en ik ging met Sean (+2 kinderen (beiden bijna 5 jaar) +2 honden, zijn vrouw opteerde voor een lange wandeltocht), Paul (+vrouw en kind (van 3)) en Shabir (nieuwe collega) sleeën. In Nederland is dat iets wat je met kleine kinderen doet, van een dijk of zo (als er al sneeuw ligt) maar het is voor de Zwitsers een soort nationale hobby.
Zwitsers zijn gek. In het verkeer zet elke fietser een helm op, als men gaat skiën zet men een helm op, als men gaat snowboarden zet men een helm op. Het zijn drie activiteiten die niet ongevaarlijk zijn, maar je hebt tenminste nog een beetje controle. Op een slee zit geen rem en je kan niet remmen zoals met ski’s of een snowboard. Je zet je voeten op de grond en hoopt op het beste. Als je een nare hobbel tegenkomt waar je voet verkeerd in blijft steken heb je een gebroken been of je wordt gelanceerd. Om een bocht te nemen moet je één kant afremmen. Als je niet genoeg kan remmen vlieg je uit de bocht. De meeste skipistes zijn breed. De gemiddelde sleebaan is een normale bergweg in de zomer – smal. Toch heb ik niemand een helm zien dragen op de sleebaan.
Ik had nog nooit gesleed. Ik heb hoogtevrees dus de weg omhoog maakt me al niet al te blij. Dit was een gesloten cabine dus dat viel wel mee. Behalve dat er een meneer in zat die vertelde dat hij twee keer zijn been gebroken had op deze baan. Ik had mijn slee wel om zijn hoofd willen vouwen – het leek me alleen geen goed idee om dat in een bakje hoog boven de grond te doen.
Het eerste stuk moesten we lopen (zo’n slee, en vooral het remmen, ruïneert de geprepareerde skipistes) maar daarna gingen we sleeënd naar een restaurant. Het was een beetje wennen, maar het was niet steil dus het viel mee. Voor mij dan. Sean zat net voor het restaurant met twee huilende kinderen op een slee en toen gingen de honden ook nog eens hun behoefte doen midden op de baan. Gentleman als hij is heeft Sean dat opgeruimd. Het ene kind was bang en de andere had het koud. En ze waren hongerig. Gelukkig stonden we net voor het restaurant dus dat kwam allemaal goed.
Na het eten bood ik aan om een van de kinderen mee te nemen op de slee. Sean was daar erg blij en ik ook, want ze was banger dan ik. Ik had haar geïnstrueerd om “slow down” te zeggen als we te snel gingen en dat deed ze dan ook, ik heb het grootste deel van de afdaling afgeremd. Er waren nog twee andere kinderen dus iedereen was voorzichtig dus we liepen niet eens een heel grote achterstand op. We stopten ook nog meerdere keren dus we bleven ook enigszins bij elkaar.
Dat is misschien nog wel de grootste reden dat ik nooit gesleed heb. Ik wil niet zo snel en als je dan met anderen gaat sleeën dan ben je ze na twee bochten kwijt en staan ze vervolgens een kwartier beneden te wachten. Dan blijf je dus alleen achter, met een beetje het gevoel dat je sneller moet gaan dan je eigenlijk wil.
Het was trouwens wel een mooie baan. Het is dus niet zo breed als een skipiste dus je hebt echt het gevoel door het bos te gaan.
In ieder geval, we kwamen heelhuids beneden aan. Voor de kinderen was het een lange avontuurlijk dag geweest, maar in effect hadden ze geen donder uitgevoerd. Ze werden op de slee naar de lift gebracht en daarna gingen ze weer sleeënd naar beneden. Op vlakke stukken moest ik nog wel eens de slee trekken, maar zij bleven gewoon zitten. Dus ze waren moe, hongerig en koud en dan gaan ze huilen. We besloten dus weer terug te gaan naar het hotel. Het huilen hield niet lang aan, tijdens de wandeltocht vielen ze alledrie in slaap op de slee :)
Zaterdag was het alweer tijd om naar huis te gaan. Het weer was misschien mooier dan de dag ervoor en ik had nog wat langer kunnen blijven, maar ik wilde graag nog een beetje weekend overhouden.

Vakantie

De laatste week voor de kerstvakantie is altijd een beetje vreemd. Er zijn kerstdiners, kerstborrels, mensen gaan weg etc. Daar kwam bij dat kerst helemaal aan het einde van de week valt, waardoor alles vroeg valt en de kerstsfeer nog niet echt aanwezig is. Maar goed, dat mag de pret niet drukken.
Op 8 december hadden we kerstdiner met de vakgroep/instituut en dat was erg gezellig. We gingen Spaans eten – paella dus. Een lekker eenpansgerecht. Het was wel een pan van een vierkante meter, gedragen door twee mannen. De twee dagen erna was ik ziek – zware verkoudheid. Ik voelde me maandag al niet al te best, dinsdag besloot ik net wel naar de uni te gaan, maar woensdag en donderdag bleef ik toch maar thuis.
Afgelopen dinsdag was er dan het afscheid van Esben en Youko, een postdoc en een prof op sabatical hier. We gingen Feuerzangenbowle maken, iets wat ik met oudjaar ook bij mama ga doen. Het is glühwein waarboven je een Zuckerhut in de fik steekt met behulp van wat sterke alcohol (rum, >50%). Het was erg gezellig, ook al waren twee mensen niet aanwezig vanwege, je raadt het al, ernstige verkoudheid.
De dag erna was het kerstdiner van de studentenvereniging. Het is totaal anders dan het CB-kerstdiner, maar wel gezellig. De dag erna, het was inmiddels donderdag, was iedereen een beetje gaar en vertrokken de eerste mensen op kerstvakantie. Een dag later was ook voor mij de vakantie aangebroken. Olé!
Dit weekend heb ik me een beetje zitten voorbereiden op de reis naar Nederland morgen. Ik heb alles klaargelegd, morgen stop ik alles in een kwartiertje in een koffer en dan kan ik gaan. Ik was eigenlijk van plan om geen camera mee te nemen, maar gezien het weer doe ik dat toch maar wel. Leuke plaatjes van mensen die door de straten glijden en tuintafels met een halve meter sneeuw erop.
Over het weer gesproken: ik heb ook een extra iPod meegenomen en voordat ik vertrek koop ik ook nog een aantal krentenbollen. Het risico is natuurlijk dat alles hopeloos vertraagd is en dan wil ik niet onvoorbereid zijn. Het goede van een goede voorbereiding is dat het meestal alsnog goed gaat, dat is dan een meevaller, en als het niet goed gaat, nou ja, dan ben je goed voorbereid.

Er zijn van die dagen…

…dat je je afvraagt waarom je doet wat je doet.
Een aantal weken geleden gaf een theoretisch/computational chemicus een seminar die bij een snaar raakte. Waarom ben ik eigenlijk scheikunde gaan studeren? Op de middelbare school was er een leraar die begon te vertellen over orbitals rond atomen. Je hebt de s-orbital, die een schil vormt rond de kern, de p-orbital, die een soort oneindig-teken vorm heeft. Wat de orbitals zeggen is de waarschijnlijkheid dat je een elektron daarbinnen aantreft. Het punt van de p-orbitals is dat er eigenlijk geen kans is dat ze van de ene lob naar de andere lob gaan. Toch is er evenveel kans dat je het elektron in een van beide lobs aantreft. Dat was het middelbare school verhaal. Ik vond het fascinerend. Ik snap nog steeds niet hoe het werkt, maar de wiskunde is onvermijdelijk. Het seminar ging niet zozeer over orbitalen, maar de mogelijkheid dat je theoretisch kan voorspellen wat er in moleculen plaats vindt, vind ik nog steeds geweldig. En precies die snaar werd geraakt tijdens dit seminar.
De meneer had trouwens nog wat opmerkelijks: een statement over de oersoep. De evolutie begon met dieren in zee. Dat is waar het leven begon, dat is waar de eerste aminozuren werden gevormd. Nu schijnt het zo te zijn dat alle UV-spectroscopie plaatsvind in hetzelfde gebied waar ook water spectroscopie plaatsvindt. Zijn statement was dat die twee met elkaar in verband staan. Water laat namelijk niet alle golflengten even goed door – dat is wat je meet. UV-straling is redelijk gevaarlijk voor biologie. Het had dus een evolutionair voordeel om als aminozuur in een spectrale regio te zitten waar het water geen UV-straling doorlaat. Het is de eerste keer dat ik een theoretisch chemicus hoor kletsen over de evolutie.
Tijdens het seminar zat ik me af te vragen of ik goed gekozen had. Is theoretische chemie toch niet meer waar mijn liefde ligt? Al dat gepruts in zo’n lab, waar is dat goed voor? Maar ja, het verhaal dat zo’n prof verteld is natuurlijk heel wat anders dan wat de promovendi daadwerkelijk doen. Ik kan me goed voorstellen dat elke twee sheets vier jaar werk voor een individuele promovendus was. Dat is met mijn werk niet anders, maar ik denk dat gecombineerde werk in het lab en achter de computer voor mijzelf bevredigender is.

Er zijn ook van die momenten dat je het liefst uit het raam wil springen, iets of iemand een trap wil geven of iets door de kamer wil gooien. Vrees niet: ik beheers mezelf redelijk, maar er zijn van die momenten. Maandag kwam de prof binnen en hij begon over de onderwijstaken van volgend semester. Er zijn drie soorten taken: de eerste is het physisch-chemisch practicum. Het is een beetje saai, maar in ieder geval je vakgebied en het kost je weinig tijd. De tweede is het geven van werkcolleges. Het kost veel tijd maar de studenten leren er veel van en jijzelf wellicht nog meer. De derde is het organisch-chemie practicum. Het kost je vreselijk veel tijd, het is voor je vakgebied niet interessant en de studenten vinden het ook niet leuk. Een vierde optie is dat je geen onderwijs hoeft te geven.
In de laatste twee semesters had ik het physisch-chemisch practicum en geen onderwijstaak dus ik zag de bui al hangen. Prof: “Robbert, je hebt toch scheikunde gestudeerd?”. Ik: “Theoretisch ja”. Prof: “Maar je hebt toch een practicum organische chemie gedaan?”. Ik: “Ja”. Prof: “Da’s pech voor je!”
Ik had me er wellicht uit kunnen lullen. Ik heb misschien vier weken organisch practicum gedaan, plus het introductie practicum. Daarna ben ik achter de computer gekropen of heb ik onderzoek gedaan met samples van hooguit een halve milliliter waar de ingewikkeldste praktische stap was het zoeken van de juiste pipet. Maar goed, ik zou wel wat betere argumenten moeten gebruiken (die ik misschien ook wel zou hebben) en het zou me veel tijd kosten om de prof te overtuigen. Het einde van het liedje zou zijn dat het practicum dan naar een collega gaat. Het physisch-chemische instituut moet een X aantal assistenten leveren, dus als ik het niet ben dan is iemand anders de lul.
Mijn kamergenoot moest het practicum vorig jaar geven en kreeg een klachtenbrief dat hij te streng was. Hij ging naar de studenten en vertelde dat als ze altijd zo foutloos Duits zouden spellen, dat hun verslagen dan ook beter te lezen zou zijn. Een anorganicus had die roddel gehoord en zat zich af te vragen wie er in ons instituut zo evil zou kunnen zijn dat de studenten zo’n klachtenbrief zouden schrijven. Ze kon zich niemand voorstellen. Die persoon zat naast haar net een nieuw glaasje wijn in te schenken.
Helemaal laat ik het er ook niet bij zitten. Ik heb wat met die evaluatiecommissie van doen en ik ga het zeker aan de orde stellen. Het is toch een gotspe dat een theoreticus studenten organische vaardigheden aan moeten gaan zitten leren. Ik heb potverdorie niet twee jaar studievertraging opgelopen met studentenvertegenwoordiging om er hier een potje van te maken.

Zo, dat moest ik even van me afschrijven. Ik hoop dat ik nu wel kan gaan slapen.

Ge-update

Vandaag ben ik van server verandert (zelfde hosting bedrijf, nieuwere server). Vandaar dat de site vandaag even online was. Het heeft me een uurtje of zo gekost, maar inmiddels zou alles weer moeten werken.

Wat nog steeds niet werkt is mijn laser. Of beter: de chiller van de laser. De chiller (een coole naam voor een koeler) moet de laser op de goede temperatuur houden, maar twee weken terug maakte die een ratelend geluid. Het bleek dat de pomp gedesintegreerd was waardoor ook de koppeling tussen de motor en de pomp stuk was. Dat is een goed design: als de pomp vast loopt dan sloopt ie de koppeling, maar niet de motor. Vorige week kwam een nieuwe pomp binnen, nu zitten we nog steeds op de koppelingen te wachten. Het verschil is dat de pomp als pakketje is verstuurd en de koppelingen met de post. De post doet er altijd eindelóós over.
In de tussentijd heb ik niet stilgezeten. Eerst moest ik een presentatie houden, over Fourier Transformaties. Eigenlijk best een aardig onderwerp. Helaas zaten sommige mensen, zoals de prof, nogal op hun praatstoel waardoor ik om de haverklap onderbroken werd waarin uitleg werd gegeven over dingen die ik even later zelf uit zou leggen. Aan de ene kant is het vervelend want zo kom je niet goed aan je verhaal toe, aan de andere kant is het seminar altijd wel interactief wat het een stuk leuker maakt als je in de zaal zit. Er vinden echte discussies plaats, dat is een stuk beter als de helft van de mensen zit te slapen en de andere helft tekeningetjes zit te maken.
Sindsdien ben ik vooral met de analyse software bezig geweest. Ik gebruik nu twee programma’s om fatsoenlijke 2d-plots te maken en mijn 3d-collega’s gebruiken een derde programma. Het leek ons de moeite waard om daar wat meer lijn in te krijgen. De keuze lijkt nu gevallen op Python. We moeten nog wel even de prof overtuigen. Dat is niet helemaal triviaal, maar de huidige software is meer dan 10 jaar oud en is al 5 jaar aan vervanging toe.
Tot slot, morgen is het eerste kerstdiner, met de vakgroep. Sinds vorige week zit de kerststemming er een beetje in, aangezien toen de eerste sneeuw lag. Die is inmiddels allemaal alweer verdwenen maar de kou is gebleven.