Züri Fäscht

Van de week zat ik erover te denken om richting de bergen te gaan om wat mensen op te zoeken. ik zat een beetje op de SBB-site te kijken welke treinen ik kon nemen. Naast elke trein stond een “i” afgebeeld – van “informatie”. Er was wat met een feest of zoiets; en vuurwerk – nooit eerder van gehoord. Toch maar even kijken op de website. De website gaf geen programma, maar er stond wel iets met vuurwerk op zowel vrijdag als zaterdag. Zou het een groot feest zijn? Tijdens lunch op het werk werd er ook over gepraat, als een iets grotere variant van de street parade (een dance festival). Ik besloot om niet naar de bergen te gaan en voor de rest zou ik het wel zien.

Op vrijdag ging ik vroeg naar huis (ik was ook vroeg op het werk, een soort van tropenrooster-idee). Om iets na vijven stapte ik in de Seilbahn. Ik hoorde een raar schurend geluid, zou de Seilbahn te lijden hebben onder de hoge temperaturen?, vroeg ik me af. Toen ik boven aangekomen was zag ik nog net een setje straaljagers een looping boven de stad maken terwijl ze flares afwierpen (een soort lichtfakkels). Hmm. Wat nu volgt is een foto-impressie van het Züri Fäscht.

Ik was te laat voor de straaljagers, maar even later kwam er een ander team die ook duizelingwekkende manoeuvres uitvoerde. Dit is het uitzicht naast de deur.

Vanuit de achtertuin

Even later ging de zon onder…

Zonsondergang (1)
Zonsondergang (2)

(meer foto’s)

…waarna het tijd werd voor vuurwerk!

Vuurwerk (1)

Het is de eerste keer dat ik het probeerde en het resultaat stemt tevreden. Toch laten de plaatjes niet het hele verhaal zien (en vooral: horen). Het was een professioneel vuurwerk met muzikale ondersteuning. Ik was nog niet bij het meer zelf geweest maar rondom het hele meer hingen luidsprekers/boxen/dingen waar muziek uitkomt en bij mij op de berg had iemand de autoradio aangezet. Het vuurwerk werd afgeschoten van vier boten in het meer (en op zaterdag ook vanuit twee helikopters) en er is een moment waarop vuurwerk afsteken overgaat van het laten schrikken van de hond van de buren tot een kunstvorm, vergelijkbaar met ballet of zo. (inclusief iemand die erdoorheen liep te kletsen dat het toch wel geweldig was dat je voor de muziek niet meer naar het meer hoefde – welkom in de 21e eeuw).

Vuurwerk (2)

meer foto’s

De zaterdag speelde voor mij vooral af bij het meer. Er werd wat in het water gesprongen…

Schansspringen

…gewaterskied…

Waterskien

…en gevlogen!

Vliegtuig

Laat ik maar eerlijk zijn: ik was voor de vliegtuigen gekomen. Dit is een militair team in verschillende formaties:

PC-7 team (1)

De wolken zijn minstens zo interessant als de vliegtuigen. Het weer stond op het punt om te slaan.

PC-7 team (2)

En tot slot de tennisracket formatie voor Roger “zucht” Federer

PC-7 team (3)

Als je goed kijkt zie je één vliegtuig de verkeerde kant opgaan

PC-7 team (4)

Er hingen wat irritante kabels in de weg. Die werden gebruikt voor de volgende stunt.

Op het draadje

Maar het viel een beetje tegen na de vliegshow ervoor. Er was nog een helikopter…

Puma helikopter

…Argentijnen die een wedstrijd verloren hadden…

Sportieve Argentijnen

…en Schwimmauto’s.

Schwimmauto's

En toen was het tijd voor de grote attractie: de Patrouille Suisse!

Patrouille Suisse (1)

Net als de dag ervoor schoten ze ook flares af

Patrouille Suisse (2)

Zwitserland kon bij het WK het doel niet vinden…

Patrouille Suisse (3)

…maar de luchtmacht kan dat wel :)

Patrouille Suisse (4)

(meer foto’s)

Inmiddels had ik 11 uur in de stad rondgelopen en ik was doodop. Ik besloot naar huis te gaan en het vuurwerk, ditmaal zonder camera, weer vanaf de berg te bekijken.

Kleine problemen, grote oplossingen; grote problemen, kleine oplossingen

Na de paar vrije dagen rond pasen – zinvol besteed met Wikipedia lezen, zoals jullie hebben kunnen zien – was het weer tijd om naar het werk te gaan. Niet zomaar naar het werk – nee, weer naar het lab. Na de afgelopen tijd vooral bezig te zijn geweest met het practicum en wat theoretisch werk was nu de tijd aangebroken om weer wat te doen in het lab.
Een tijdje terug schreef ik al wat over schroeven. We werken uitsluitend met metrische schroeven, maar voor een onderdeel hadden we Imperial schroeven nodig – een klein probleem zou je zeggen. Maar in Europa waren ze te duur en vanuit de VS wilden ze niet leveren. Uiteindelijk heeft een collega zijn collega’s aan zijn oude universiteit gebeld en die hebben een setje schroeven op de post gedaan.
Net voor pasen kwamen ze aan en ik kon de workshop nog net vragen of ze de gaten wilden boren. “Nou, vooruit dan maar…” De dingen-met-gaten werden afgeleverd en de meneer van de workshop vertrok voor een weekendje skiën. Blij als een kind besloot ik de dingen te monteren… toen bleek dat de schroeven te lang waren. 3/16 inch en 5 millimeter is samen 9.7 mm, niet 1.2, zoals ik had berekend. Waarschijnlijk heb ik het verkeerd gelezen en dacht dat er 5/16 inch stond.
Gelukkig was er geen man overboord, want je kan iets altijd korter maken. Maar dat moest dus tot gisteren wachten. Normaal is dat een klein karwei: je stopt het in een apparaat, haalt er een stukje af en pulkt de schroefdraad een beetje uit met een speciaal gereedschap (het schroefdraad heeft nogal te lijden onder het zagen). Maar ja, nu paste de schroef niet in het apparaat en ze hadden ook geen gereedschap om de schroefdraad uit te pulken.
Maar goed, uiteindelijk werkt het. De spiegel zit stevig vast en het ziet er supermooi uit, maar voor een suf probleem heeft het wel een hoop moeite en tijd gekost.

Voordat ik mijn nieuwe geval kan installeren wil ik eerst nog wat metingen doen. Eén meting had ik eigenlijk al een tijdje terug moeten doen, de andere metingen zijn om te testen of het nieuwe idee werkt (dus we moeten eerst precies kijken hoe het nu gaat). De dag begint met het aanzetten van de laser en daarna kan je een uur nietsdoen zodat de laser kan opwarmen (in dit geval liet ik de schroeven korter maken). Daarna optimaliseer je de OPA (optical parametric amplifier) die zorgt dat we infrarood licht hebben.
Vol goede moed ging ik aan de slag. Het is jammer dat de eerste dag in het lab sinds tijden tevens de eerste zomerdag is, maar het leuke aan wat ik doe is de afwisseling en nu had ik wat lab-tijd. Mijn humeur ging vrij snel bergafwaarts. Ik ben niet de enige die in het lab werkt en de laser gebruikt en eerlijk gezegd, het was een beetje een puinhoop. Zo was een van de oscilloscopen die we gebruiken om de laser in de gaten te houden verdwenen. De groep is klein genoeg dat je het zo kan terugvinden, maar het blijft irritant.
Het is natuurlijk ook zo dat als de oscilloscoop er staat, er niet zoveel in de gaten te houden valt. Je werpt er een blik op, ziet dat het goed zit en gaat verder. Uitgerekend als de oscilloscoop er niet staat en je denkt “het zal wel goed zitten” heb je het nodig. Alle voortekenen zagen er goed uit, maar de OPA wilde maar niet de normale intensiteit IR geven. Uiteindelijk toch maar de oscilloscoop aangesloten en inderdaad, het zag er niet goed uit.
Als ik over de laser spreek, dan praat ik eigenlijk over twee lasers. Eentje geeft ultrafast pulses, de ander geeft een hoge intensiteit. Die twee worden gecombineerd en voilà, we hebben een snelle laser met hoge intensiteit. Het moet natuurlijk goed gesynchroniseerd zijn, anders heb je eerst een snelle puls zonder power en daarna een puls met hoge intensiteit die niet snel is. Wat ik op de oscilloscoop zag duidde erop dat die synchronisatie verkeerd was.
Het eerste wat je natuurlijk doet is kijken of de oscilloscoop wel correct is. Er zitten 101 functies op zo’n apparaat waardoor iets verkeerd kan lijken terwijl het goed is. Toen ik ervan overtuigd was dat dat wel goed zat heb ik alle andere dingen langsgelopen, zonder resultaat. Nu is de hele installatie tamelijk ingewikkeld. Om de synchronisatie goed te laten lopen is een heel woud van kabels nodig en twee collega’s die de laser ook gebruiken hebben een andere manier van synchroniseren. Uiteraard hadden ze beiden een dag aan hun paasvakantie geplakt en waren ze niet op het lab. Samen met een andere collega zijn we alle stappen nog een keer langsgelopen en het resultaat was hetzelfde: foute boel.
Na de lunch hebben we een van mijn vakantie-vierende collega’s opgebeld en gevraagd of hij ideeën had, maar vanuit zijn bed wist hij geen nieuwe inzichten te geven. Nog maar een andere collega erbij gehaald en hebben we alle dingen die we konden meten gemeten. Het leek allemaal goed te werken, maar het werkte niet.
Vanochtend met nog meer mensen naar het probleem gekeken en nog meer gemeten. Uiteindelijk kwamen we bij de Pockell-cells uit. Normaal is dat een spiegel, maar als je er een extreme hoog voltage op zet, dan wordt het doorzichtig. Het is een essentieel onderdeel, maar we praten hier over vele duizenden volts gedurende enkele nanoseconden: gevaarlijk en moeilijk te meten. We besloten eerst te gaan lunchen. Tijdens de lunch zaten we natuurlijk een beetje over de problemen te praten. Tussen neus en lippen door vertelde een collega zei dat hij het probleem ook wel eens gezien had en dat je naar de servicemode van het computerprogramma moest gaan en een knopje moest omzetten. De opmerking verdween een beetje in het niets.
Na de lunch gingen we weer verder met zoeken, tot iemand zei “wat was dat nou met die servicemode?”. We hebben de collega erbij gehaald, hij drukte op een knop en de laser deed het weer. Om onbegrijpelijke redenen heeft de software een knop omgezet waardoor de synchronisatie niet meer werkte.

Het verhaal is iets langer geworden dan de bedoeling, maar het geeft een aardige inkijk in wat ik in het dagelijkse leven doe. Het daadwerkelijke meten is maar een fractie van het verhaal. Je bent veel tijd kwijt met het voorbereiden van je metingen, met het bedenken van technische oplossingen (en het zoeken naar schroefjes daarvoor), met het oplossen van technische problemen en het uitvinden wat je nou eigenlijk ziet in je resultaten. Afwisselend werk, soms frustrerend, vaak vermoeiend, maar wel erg leuk om te doen.

The Tower of Babel and Easter

If you take a few languages then some words are very much like each other while other words seem to be different in every language. This is the most striking in food-related stuff. An eggplant is called aubergine in both Dutch and German, although the people in Austria (where they are supposed to speak German) call it melanzani. The explanation is simple as food is related to local traditions (and regulations).
Anyway, in this week before Easter I noticed the differences between the languages as well. As there is jack shit to do today, it seemed like a Good Friday to make a table.

Easter in English, German and Dutch

Here is a larger version. The results are not world-shocking but interesting nevertheless. For example, the differences between Holy Thursday, Grünndonnerstag and Witte donderdag. The differences between the two colors is remarkable. (although there was snow yesterday, so the White Thursday did make sense)
Then there is also the difference between Good Friday and Karfreitag. “Kar” stands for complaining, sadness (maybe wailing, like the Wailing Wall). The “Good” is for the abolition of sin and the victory over satan. Slightly more positive, I would say.

In a certain way, it is remarkable that some religious people celebrate Christmas and go hiking with Easter. Christianity is based on the resurrection of Jezus, which is remembered with Easter. But then, there are more things I don’t understand. Why are people wearing a cross, I’m not going to wear an electric chair, am I?

Screw it!

Het practicum dat ik moet assisteren is nu een maand bezig en het gaat in zekere zin wel goed – maar dat is wat anders dan dat ik het nu leuk vind. Het voornaamste probleem is dat ik 7 jaar geleden voor het laatst iets met organische chemie gedaan heb en dat ik er dus geen routine in heb. Als assistenten worden we ook niet bedolven onder de extra informatie, dus ik heb regelmatig geen enkel idee wat er moet gebeuren. Gelukkig heb ik een tutor, een tweedejaars scheikunde student die, met behulp van zijn aantekeningen van vorig jaar, de studenten beter kan helpen.
Het practicum kost dus veel tijd, maar je hebt nog het idee dat je wat nuttigs doet – mensen wat leren. De afgelopen anderhalve week heb ik bijna een complete werkdag besteed aan het vinden van wat schroeven.
In het lab gebruiken we inbusbouten – schroeven die je vastdraait met een inbussleutel (zeshoekig dus, andere naam is binnenzeskantschroef).

Een binnenzeskantschroef - bron: Wikipedia

Een binnenzeskantschroef - bron: Wikipedia

Ik heb er nu te lang naar gekeken en de opties zijn eindeloos. Je hebt een hele reeks verschillende koppen, materialen en afmetingen. Het probleem zit ‘em in de afmetingen. In Europa, en ook dus waar ik werk, gebruikt men het metrische stelsel. De meest gebruikte schroef is de M6. De schroef heeft een diameter van – surprise – 6 mm. De kop is 10 mm diameter en 6 mm diep/hoog. Om een M6 schroef aan te draaien heb je een S5 schroevendraaier nodig. De binnenzeskant is namelijk 5 mm diameter (of hoe je het ook noemt met een zeshoek). De schroef is er in verschillende lengtes. De thread pitch, dat is de afstand tussen het schroefdraad, is altijd 1 mm. Ik laat het aan de enthousiaste lezer om te bedenken wat de diameter is voor een M4 schroef.
Dan heb je de Imperial sizes – inches. Voor wat we wilden maken hebben we een #6-32UNC 1/2” nodig. Als je er vaak mee werkt, dan is het vast net zo logisch als de metrische schroeven, maar ik kan er maar moeilijk aan wennen. De #6 staat voor de diameter, in dit geval 0.138 inch (~3.5 mm). De 32 staat voor 32 omwentelingen van het schroefdraad – per inch, de thread pitch is zo’n 0.8 mm. Tot zover is het eigenlijk hetzelfde als het metrische systeem, maar dan met onhandige maten. Maar je hebt ook #6-40UNF, daar heb je dus 40 omwentelingen per inch. De UNC en UNF staan voor Unified Normal Coarse en Fine, wat eigenlijk verwijst naar de threads per inch, een beetje overbodig dus. De 1/2 inch verwijst tenslotte naar de lengte.
Het voornaamste probleem in compatibiliteit tussen de twee systemen is de schroefdraad. De #6 diameter is nagenoeg gelijk aan de M3.5, maar als je ze moet vastdraaien dan lopen ze compleet vast. Je wil in je lab dus maar één systeem gebruiken, je wil er blind op kunnen varen dat je de juiste maat hebt. (overigens is het makkelijk om ze te onderscheiden: metrische schroeven hebben een gladde kop, imperial heeft streepjes aan de zijkant).
Een tweede probleem is dat er zo’n variatie aan Imperial schroeven is dat je nooit echt een voorraad bij kan houden. We praten hier over verschillende diameters, verschillen in schroefdraad en belangrijkste: verschillende lengtes. Het is niet haalbaar om een tweede voorraad aan te leggen voor de enkele keer dat je ze gebruikt.

Helaas ontkom je er niet aan dat je soms een Imperial sized screw moet gebruiken. De monochromators die we gebruiken hebben Imperial screws. De precieze afmetingen luisteren zo nauw dat je niet zomaar van schroefmaat wisselt. Hetzelfde geldt voor een set speciale spiegels die we recent gekocht hebben en de detector. We praten hier over vele tienduizenden Zwitserse Franken aan Amerikaanse apparatuur. Het leek toch een goed moment om toch een voorraadje Imperial schroeven te kopen. We dachten aan 8 types, 100 schroeven elk (dat is een klein voorraadje).
We keken eerst op een Amerikaanse site, waar deze 800 schroeven in totaal zo’n 40 dollar zouden kosten. Daar bovenop komt natuurlijk nog een kapitaal aan vervoerskosten voor 2 kg aan staal. Daarom keken we toch maar of we ze in Europa zouden kunnen vinden. Totale bedrag: 750 euro! Van het prijsverschil kan je bijna zelf naar de VS vliegen. Toch maar weer naar de Amerikaanse website, kijken of ze een idee hebben van de transport kosten.
Wat blijkt? Vanwege de Amerikaanse exportregels levert dit bedrijf niet meer aan nieuwe klanten in het buitenland. Dus we hebben een hele berg dure Amerikaanse apparatuur geïmporteerd – voor sommige dingen hadden we een speciale exportvergunning nodig – maar een stel schroeven, ho maar. Diepe zucht – wat je als promovendus al niet tegenkomt. Ik heb nog een paar andere ideeën, maar ik wil er niet nog meer tijd in steken – ik ben ook niet gratis. Dan toch maar een aanslag plegen op het onderzoeksbudget van de universiteit Zürich.

Normaalverdeling van de stijging van gemeentelijke lasten

Opmerkelijk nieuws vanochtend in de Volkskrant: “Lasten_snel_hoger_door_GroenLinks_en_D66”. De verwachting is natuurlijk dat linkse colleges de lasten meer verhogen, terwijl die bij rechtse juist dalen. Vreemd dus dat PvdA en SP er niet bij staan en D66 wel.
In het artikel worden eerst wat gemiddelden genoemd. Gemiddeld zijn de lokale lasten 55 euro gestegen. Voor colleges waar D66 aan deelneemt is dat 67 euro en voor GroenLinks 65 euro. Voor colleges waar de VVD aan meedoet, stegen de lasten met gemiddeld 52 euro. Daarna komen wat voorbeelden aan bod. Vooral Leidenaren zijn de pineut, de lasten zijn daar met bijna 60% gestegen. Ik vond het allemaal niet heel erg overtuigend.
Links en rechts kwamen de reacties inmiddels wel los. Wat mij – als D66’er – de aandacht trok was dat er – volgens D66 – fouten in het onderzoek zaten. Zo zou D66 college verantwoordelijkheid zijn toegekend in gemeentes waar ze niet eens in de gemeenteraad zitten. Ze hadden een Excel-file op de site staan. Ik heb die gedownload en besloot er zelf eens wat statistiek op los te laten.

De data die ik heb gebruikt komt van de D66-site, maar die zou hetzelfde zijn als die op de Volkskrant site. De fouten die D66 gevonden zou hebben heb ik er dus in laten zitten.
Ik heb de data, per partij, in bins van 3% breed gedaan (dus van -14% tot -11%, van -11% tot -8% stijging enz) en vervolgens de stijging uitgezet tegen het aantal colleges waarin de partij zit. In de eerste grafiek is dat absoluut, in de tweede is dat relatief.

Stijging gemeentelijke lasten en partijen in college (absoluut)

Stijging gemeentelijke lasten en partijen in college (absoluut)

De eerste grafiek laat vooral zien dat CDA en PvdA in heel veel colleges zitten. Wat betreft de stijgende lasten: de grafieken overlappen elkaar bijna. Qua aantal colleges waarin ze meedoen doen de VVD en de lokale partijen ook niet voor elkaar onder. Ook hier overlappen de grafieken elkaar bijna – misschien nog wel meer dan bij CDA en PvdA. Daarna komen de andere partijen.
Uit de grafieken blijkt vooral dat de stijging van de gemeentelijke kosten normaal verdelingen zijn. En zoals het normaal verdelingen betaamt hebben degenen met de hoogste piek de langste staart. De PvdA als CDA hebben respectievelijk 4 en 5 colleges waarbij de kosten 30% stegen, D66 maar 1. Daar staat tegenover dat PvdA en CDA in respectievelijk 311 en 331 colleges zitten en D66 in 27 (volgens de Volkskrant). De manier van plotten benadeeld de partijen die in veel colleges zitten dus.

Stijging gemeentelijke lasten en partijen die in het college zitten (relatief)

Stijging gemeentelijke lasten en partijen die in het college zitten (relatief)

Vandaar het tweede figuur, waarbij het aantal aantal colleges is genormaliseerd. Nog meer dan uit de vorige figuur blijkt dat er niet zoveel verschillen zijn. Aan de rechterkant – hoogste kostenstijging – steekt GroenLinks, maar ook de SGP, er wel een beetje uit. Aan de linkerkant – laagste kostenstijging – valt D66 een beetje negatief op.
Het ene college met 30% kostenstijging waar D66 valt nu veel meer op dan in bovenstaande grafiek. Daar staat tegenover dat D66 ook in een college zit waar de kosten zo’n 7% omlaag zijn gegaan. Hetzelfde zie je helemaal rechts van de grafiek. GroenLinks steekt er duidelijk bovenuit, maar dat komt vooral omdat ze in minder colleges zitten dan de rest.
De enige partij die opvalt is de SP. Allereerst zitten ze in niet zoveel colleges, en de colleges waar ze in zitten hebben ofwel een hoger of lager dan gemiddelde stijging, maar geen gemiddelde stijging, je ziet een duidelijke dip.

Wat is de conclusie van dit verhaal? De Volkskrant heeft geen ongelijk (zonder de fouten die er volgens D66 in zitten in acht te nemen) dat met D66 en GroenLinks de gemeentelijke lasten marginaal meer stijgen dan met de andere partijen, zowel als je naar de gemiddelden kijkt als naar bovenstaande.
Toch blijft het tendentieus om deze twee partijen groot in de kop te noemen. Beter was het geweest om te zeggen dat het eigenlijk geen donder uitmaakt op wie je stemt als het om stijgende gemeentelijke lasten gaat.
Het zou interessant zijn om te bekijken of er een correlatie is tussen hoe hoog de lasten zijn en wie er in het college zitten. En of er een correlatie is tussen hoogte van de lasten en de stijgingen. Misschien ga ik daar van het weekend eens tijd voor maken.

Tot slot: voor mij was dit, afgezien van de politieke dimensie, vooral interessant als een leuke vingeroefening in Python. Hoera voor open source programmeertalen!